Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/15.2.4:15.2.4 De aftrek van de rente op een lening in verband met een deelneming
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/15.2.4
15.2.4 De aftrek van de rente op een lening in verband met een deelneming
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS297092:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot 2004 bepaalde art. 13, lid 1, Wet VPB 1969 dat kosten die verband hielden met een deelneming die geen in Nederland belastbare winst genoot, niet aftrekbaar waren. Nederland heeft deze aftrekbeperking naar aanleiding van Bosal afgeschaft. Sindsdien is de rente op een schuld van een moedervennootschap in verband met een dergelijke deelneming aftrekbaar. Dientengevolge handelt Nederland als primaire vestigingsstaat in overeenstemming met de vrijheid van vestiging. Is dat ook het geval vanuit het perspectief van Nederland als secundaire vestigingsstaat?
Wanneer een buitenlands hoofdhuis een schuld aangaat ten behoeve van haar Nederlandse vaste inrichting, wordt de schuld toegerekend aan Nederland. De rente op een dergelijke schuld komt dan in beginsel in aftrek van de winst van de vaste inrichting. De rente op een schuld die is aangegaan door een buitenlandse moedervennootschap in verband met haar binnenlandse dochtermaatschappij wordt echter niet toegerekend aan Nederland. De rente komt dan niet in mindering op de winst van de dochtervennootschap. Is dit onderscheid in strijd met de vrijheid van vestiging? Is Nederland met andere woorden verplicht om de aftrek van de rente op rechtsvormneutrale wijze te verlenen?
Naar het mij voorkomt, is dat niet het geval. De verschillende behandeling is namelijk niet gebaseerd op nationaliteit maar vloeit rechtstreeks voort uit de gekozen rechtsvorm (zie paragraaf 15.2.2.5.b). Een dergelijk onderscheid levert naar mijn mening geen verboden belemmering van de vrijheid van vestiging op.