AB 2016/396
Aansprakelijkheid voor niet tijdig beslissen. Aansluiting bij jurisprudentie Hoge Raad. Terughoudende toetsing?
RvS 24-02-2016, ECLI:NL:RVS:2016:476, m.nt. C.N.J. Kortmann
- Instantie
Raad van State
- Datum
24 februari 2016
- Magistraten
Mrs. P.J.J. van Buuren, N. Verheij, B.P.M. van Ravels
- Zaaknummer
201503486/1/A2
- Noot
C.N.J. Kortmann
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS234306:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2016:476, Uitspraak, Raad van State, 24‑02‑2016
- Wetingang
Art. 6:162, 6:163 BW; art. 7:10 Awb
Essentie
In zijn arrest van 22 oktober 2010 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat als een bestuursorgaan een besluit neemt met overschrijding van de wettelijke beslistermijn, voor aansprakelijkheid bijkomende omstandigheden nodig zijn die meebrengen dat het bestuursorgaan onzorgvuldig jegens de benadeelde handelt. De Afdeling volgt voor de toepassing van art. 8:73 (oud) van de Awb dit arrest.
Samenvatting
Hoewel vast staat dat de de heffingsambtenaar de wettelijke termijn voor de beslissing op het bezwaarschrift van appellant heeft overschreden, oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van bijkomende omstandigheden op grond waarvan het niet tijdig beslissen als onrechtmatig jegens ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.