De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/4.7.1:4.7.1 Inleiding
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/4.7.1
4.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS387355:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een stichting is een rechtspersoon die geen leden kent, aldus artikel 2:285 lid 1 BW. De pendant van het ledenverbod is terug te vinden in de wettelijke omschrijving van de vereniging: de vereniging is een rechtspersoon met leden (artikel 2:26 lid 1 BW). Stichtingen mogen vanwege het ledenverbod geen orgaan hebben dat gelijk te stellen is met de algemene vergadering van een corporatieve rechtspersoon. Bij veel stichtingen is het echter, ook volgens de wetgever, wenselijk een (belanghebbenden)orgaan in te stellen dat voldoende tegenwicht kan bieden aan het bestuur. In deze paragraaf komt aan de orde de vraag welke (combinaties van) bevoegdheden van een stichtingsorgaan kunnen leiden tot overtreding van het ledenverbod. Wat is de rol van de raad van toezicht daarbij en kan de raad van toezicht zelf het ledenverbod overtreden?