RAR 2026/61
Faillissement werkgever. Beantwoording prejudiciële vragen door de Hoge Raad over de verschuldigdheid van wettelijke rente en wettelijke verhoging bij een boedelschuld ex art. 40 lid 2 Fw, de rangorde van beide vorderingen, de mogelijkheid tot matiging van de wettelijke rente en (informatieplicht) van de curator.
HR 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:239
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
24/04506
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- JCDI
JCDI:BSD100324:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:239, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:752, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑07‑2025
- Wetingang
Art. 40 lid 2 Fw; art. 7:625 BW; art. 61 e.v. WW
Essentie
Faillissement werkgever. Wettelijke verhoging. Wettelijke rente.
Is de faillissementsboedel over loon dat op grond van art. 40 Fw boedelschuld is wettelijke verhoging en wettelijke rente verschuldigd, ook over loon dat valt onder loongarantieregeling van art. 61 e.v. WW? Welke rang hebben deze vorderingen? In hoeverre vormt faillissement hierbij een grond voor matiging van de wettelijke verhoging? Moet curator werknemers uit eigen beweging over hun rechten jegens boedel uit hoofde van wettelijke verhoging en wettelijke rente informeren?
Samenvatting
Op 24 juli 2018 is Brabant Alucast The Netherlands Site Heijen B.V. (BAH) in staat van faillissement ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.