Rb. Den Haag, 24-03-2025, nr. 09-837059-20
ECLI:NL:RBDHA:2025:5325
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
24-03-2025
- Zaaknummer
09-837059-20
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBDHA:2025:5325, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 24‑03‑2025; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:RBDHA:2023:7480, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 12‑01‑2023; (Eerste aanleg - meervoudig)
Uitspraak 24‑03‑2025
Inhoudsindicatie
Verlenging termijn van PIJ-maatregel met 18 maanden.
Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer jeugdstrafzaken
Parketnummer: 09-837059-20
Datum uitspraak: 24 maart 2025
Beslissing op de op 23 januari 2025 bij de griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in de zaak tegen:
[veroordeelde]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
thans geplaatst in [instelling] , locatie [inrichting] (hierna: de inrichting)
die bij vonnis van 3 december 2020 voorwaardelijk is veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel).
Op 23 februari 2021 heeft de rechtbank de tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel gelast.
De PIJ-maatregel is bij beschikking van 12 januari 2023 verlengd met 24 maanden.
De vordering
De officier van justitie heeft gevorderd dat de termijn van de PIJ-maatregel wordt verlengd met 18 maanden.
De procesgang
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in deze zaak, waaronder:
- het PIJ-verlengingsadvies van 21 januari 2025, opgesteld door [naam 1] , gedragswetenschapper, en [naam 2] , directeur Zorg en Behandeling, beiden verbonden aan de [inrichting] , om de PIJ-maatregel te verlengen met 18 maanden, en de daarbij overgelegde aantekeningen;
- het rapport van het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van 19 december 2024 door G.C.G.M. Broekman, kinder- en jeugdpsychiater;
- het rapport van het psychologisch onderzoek Pro Justitia van 27 december 2024 doordrs. F. Jonker, klinisch psycholoog;
- de perspectiefplannen, het 13e als meest recente over de periode van 20 juni 2024 tot20 oktober 2024.
De rechtbank heeft op 10 maart 2025 de vordering in raadkamer behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:- de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E.I.B. Hoffman;
- de vader van de veroordeelde;
- de deskundige [naam 1] , psycholoog en behandelcoördinator [inrichting] ;
- de deskundige [naam 2] , psycholoog en directeur Zorg en Behandeling [inrichting] .
Het advies
Uit het PIJ-verlengingsadvies komt het volgende naar voren.
Veroordeelde heeft een voorgeschiedenis die zich kenmerkt door instabiliteit en onveiligheid. Traumatische ervaringen hebben een forse wissel getrokken op zijn persoonlijkheidsontwikkeling en hebben geleid tot ernstige hechtingsproblematiek. De veroordeelde is in de afgelopen jaren verhard en teleurgesteld geraakt in anderen, onder wie zijn behandelaren. In de zomer van 2023 oefende de veroordeelde met een ééndaags begeleide verlofstatus. Er ontstonden echter spanningen en zorgen over zijn veiligheid toen bleek dat hij in elkaar geslagen was door groepsleden. Hij trok zich daarop veel terug op zijn kamer en een aantal verloven ging niet door. Nadat de verloven werden hervat, onttrok de veroordeelde zich op 21 november 2023, waarna hij op 19 januari 2024 terugkeerde naar de JJI. Uit de analyse van deze onttrekking bleek dat de veroordeelde zich heeft onttrokken omdat hij te weinig perspectief zag. Geadviseerd werd om de behandeling aan te passen, te werken aan verbetering van de samenwerking tussen de veroordeelde en de JJI en aan de opbouw van vertrouwen. Niettemin is een behandel-impasse ontstaan.
Uit de dubbelrapportage komt als eenduidige conclusie van de psycholoog en de psychiater naar voren dat de antisociale problematiek van de veroordeelde zich heeft verankerd in zijn persoonlijkheid. De eerder vastgestelde normoverschrijdende gedragsstoornis is overgegaan in een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Er is ook sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis. De veroordeelde heeft moeite om een vertrouwelijke behandelrelatie aan te gaan en is niet gemotiveerd voor behandeling. Hij wil alleen nog zijn tijd uitzitten. Het recidiverisico is zonder de PIJ-maatregel hoog. Geadviseerd wordt om de PIJ-maatregel te verlengen met 18 maanden.
De psycholoog ziet nog mogelijkheden voor behandeling, bijvoorbeeld in de vorm persoonsgerichte vaktherapie. De veroordeelde zou onder begeleiding naar de Buitenloods kunnen om werkvaardigheden op te bouwen en daardoor gemotiveerd kunnen worden om zich te gaan inzetten om te doen wat nodig is om verlof op te bouwen.
De psychiater adviseert niet meer in te zetten op behandeling, maar op een opleiding. Inzet op een opleiding (in plaats van behandeling) biedt de veroordeelde een kans, komt tegemoet aan zijn ambitie om de kappersopleiding te doen en kan leiden tot meer motivatie voor behandeling. De negativiteit en passiviteit zouden plaats kunnen maken voor de kans om een start te maken in de maatschappij, legaal geld te verdienen en te leren doorzetten bij tegenslag. Dat zou ook de kans op recidive verlagen. Voorwaarde voor het opbouwen van de verlofstatus en het vervolgens volgen van de kappersopleiding buiten de JJI, is dat de veroordeelde stopt met blowen. De eenduidige conclusie van de psycholoog en de psychiater is dat verlenging van de PIJ-maatregel nog noodzakelijk is en in het belang van de veroordeelde om een gunstige ontwikkeling van hem buiten de instelling te borgen.
De inrichting concludeert dat de veroordeelde nauwelijks voortgang heeft gemaakt in zijn therapie en dat de behandeldoelen nog niet genoeg bewerkt zijn om over verlof te kunnen gaan spreken. Anderzijds zorgt verlof wel voor motivatie en perspectief. Om daarvoor in aanmerking te komen, zal de veroordeelde zich echter aan behandeling moeten conformeren. Geadviseerd wordt de maatregel te verlengen met 18 maanden. Die termijn is nodig om het traject met de veroordeelde weer vorm te geven, allereerst door te werken aan contactherstel met het behandelteam. Zodra de veroordeelde openstaat voor samenwerking en zich conformeert aan de voorwaarden, zal weer verlof aangevraagd kunnen worden.
Tijdens de behandeling in raadkamer hebben de deskundigen toegelicht dat het niet de bedoeling is om het volgen van therapie als voorwaarde aan verlof te verbinden. De nadruk moet vooral liggen op het perspectief voor de veroordeelde dat het verlof weer kan worden opgepakt. Er kan met de veroordeelde gekeken worden naar het opdoen van werkervaring, ook als geen behandeling plaatsvindt. Hij kan met werken in de Buitenloods werkervaring opdoen die hem verder kan brengen. Dat kan ook helpen om in een ritme te komen en de trek in middelen te verminderen. Als bij hem dan toch bereidheid wordt gezien om mee te werken aan therapie, is dat positief. Behandeling is in dit traject meer te zien als ondersteunend bij de opbouw van werkervaring en het aanleren van vaardigheden die buiten nodig zijn. Het is positief als de veroordeelde laat zien dat hij meer controle krijgt over zijn behoefte om te blowen. Dan kunnen ook afspraken over andere zaken gemaakt worden, zoals het volgen van de kappersopleiding buiten de JJI. Het is heel belangrijk dat de veroordeelde perspectief heeft.
De standpuntenDe officier van justitie heeft de vordering gehandhaafd. Zonder het kader van de PIJ-maatregel is het recidiverisico nog hoog. De deskundigen constateren dat de veroordeelde nog aan het begin van zijn traject staat. Er moet weer worden opgebouwd richting verlof. De behandeling is in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de veroordeelde. Als de veroordeelde merkt dat de instelling zich ervoor wil inzetten dat hij werkvaardigheden opdoet, zal zijn negatieve houding kunnen veranderen. Daarvoor is ook nodig dat veroordeelde laat zien dat hij minder blowt. Hoofdzaak is dat gewerkt wordt aan opleiding en wennen aan werk en het leven buiten. Behandeling zal daarbij ondersteunend moeten zijn.
De raadsvrouw van de veroordeelde heeft naar voren gebracht dat de veroordeelde door de toelichting door de deskundigen ter zitting weer gemotiveerd kan raken, nu het volgen van therapie niet als voorwaarde voor verlof zou hoeven gelden. Dat kan de patstelling doorbreken. Gezien de patstelling tot op heden heeft zij primair verzocht de vordering af te wijzen. Subsidiair heeft zij verzocht de maatregel voor kortere duur te verlengen, aangezien het traject sneller doorlopen kan worden als dit zich alleen op opleiding en verloven richt.
De veroordeelde heeft bevestigd dat hij het behandelteam niet meer vertrouwt en opgemerkt dat hij geen behandeling of therapie wil. Hij wil buiten de JJI de kappersopleiding volgen en ervoor zorgen dat hij intussen niet in de problemen komt. Aan scholing en werken aan zijn toekomstplannen wil hij zeker meewerken.
De beoordeling
De PIJ-maatregel is onder meer opgelegd voor een poging tot diefstal, voorafgegaan,
vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld, een misdrijf, dat gericht is tegen of gevaar
veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De
maatregel kan daarom worden verlengd.
Gelet op het hiervoor genoemde advies en hetgeen op de zitting is besproken en gelet op
artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering, is de rechtbank van oordeel dat de
veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo
gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van veroordeelde eisen dat de termijn van de PIJ-
maatregel wordt verlengd.
De rechtbank overweegt hierbij als volgt. Bij de veroordeelde is sprake van stoornissen waarvoor hij behandeling nodig heeft, wil hij zich veilig in de maatschappij kunnen begeven en zich daar op een adequate manier kunnen handhaven. Tot op heden heeft echter nog nauwelijks behandeling plaatsgevonden. Er hebben zich verschillende gebeurtenissen voorgedaan die ertoe hebben geleid dat de veroordeelde niet (langer) aan behandeling wil meewerken en helaas is een behandelimpasse ontstaan die al langere tijd voortduurt. Het recidivegevaar is echter, in het geval de maatregel nu zou eindigen en de veroordeelde in de maatschappij zou terugkeren, hoog. De rechtbank vindt daarom het door de psychiater geschetste plan, waar de deskundigen op de zitting zich achter hebben geschaard, een goede route om uit de behandelimpasse te geraken. De focus ligt daarbij niet meer op behandeling, maar op (het toeleiden naar) een opleiding en werk en het aanleren van vaardigheden die de veroordeelde nodig heeft om zich buiten de JJI op een goede manier te kunnen handhaven. Behandeling heeft in dit plan alleen een ondersteunende rol. Dat betekent dat de nadruk komt te liggen op de opbouw van werkervaring en het toewerken naar verlof met als uiteindelijk doel het realiseren van het eigen toekomstplan van de veroordeelde; het volgen van de kappersopleiding buiten de JJI en (in de nog verdere toekomst) het starten van een eigen kapperszaak.
De rechtbank is van oordeel dat deze route het mogelijk maakt dat de veroordeelde weer gemotiveerd raakt en zich positief gaat inzetten om de nodige stappen in zijn traject te zetten. Daardoor kan het recidiverisico worden verminderd en zal de veroordeelde uiteindelijk op een veilige manier de inrichting kunnen verlaten. Tegelijkertijd is duidelijk dat hij nog aan het begin van dit traject staat; de veroordeelde moet nog beginnen met het opdoen van werkervaring en moet nog een start gaan maken met de opbouw van verlof. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verlenging met een kortere periode dan 18 maanden geen recht zou doen aan de fase van ontwikkeling waarin de veroordeelde zich bevindt. Deze periode is nodig om de veroordeelde de gelegenheid te geven om in de komende periode stapsgewijs zijn vaardigheden te ontwikkelen, werkervaring op te doen en zijn verlof op te bouwen.
De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat de termijn van de PIJ-maatregel met 18 maanden moet worden verlengd.
Beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de PIJ-maatregel, zoals hierboven omschreven, met 18 maanden.
Deze beslissing is gegeven te Den Haag door
mr. E.E. Schotte, kinderrechter, voorzitter,
mr. J.E. Bierling, kinderrechter,
en mr. E.M.M. Engbers, kinderrechter,
in tegenwoordigheid van mr. E.A.W. Hoefnagels, griffier,
en uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2025.
Uitspraak 12‑01‑2023
Inhoudsindicatie
.
Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer jeugdstrafzaken
Parketnummer: 09/837059-20
Datum uitspraak: 12 januari 2023
Beslissing op de op 13 december 2022 bij de griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,
thans geplaatst in Pluryn, locatie JJI Lelystad (hierna: de inrichting),
die bij vonnis van deze rechtbank d.d. 3 december 2020 is veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel) voorwaardelijk, onherroepelijk geworden op 18 december 2020. Op 23 februari 2021 is de tenuitvoerlegging gelast van de PIJ-maatregel.
De vordering
De officier van justitie heeft gevorderd dat de (termijn van de) PIJ-maatregel wordt verlengd met 24 maanden.
De procesgang
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in deze zaak, waaronder:
- het op 22 december 2022 uitgebrachte advies, opgesteld door [naam] , werkzaam als gedragswetenschapper, om de PIJ-maatregel te verlengen met 24 maanden en de daarbij overgelegde aantekeningen.
De rechtbank heeft op 12 januari 2023 de vordering in raadkamer met gesloten deuren behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:- de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E.I.B. Hoffman;
- de vader.
De deskundige, mevrouw [naam] , behandelcoördinator van de inrichting, is via een videoverbinding gehoord.
Het advies
Uit het advies van de inrichting van 22 december 2022 volgt, kort samengevat, het volgende.
Het verblijf en behandeling in de JJI is voor een periode van vierentwintig maanden noodzakelijk om het recidiverisico te verminderen naar een aanvaardbaar laag niveau. Voor nu heeft [verdachte] zich nog onvoldoende kunnen ontwikkelen in de PIJ. Vermoedelijk speelt de hechtingsproblematiek van [verdachte] een grote rol in het langzaam tot ontwikkeling komen. De wantrouwende basis van [verdachte] zorgt ervoor dat hij uitgaat van het negatieve en weinig ontwikkelmogelijkheden ziet. [verdachte] heeft nog geen verlofstatus, mede vanwege zijn aanhoudende middelengebruik. Voor de komende periode is het belangrijk dat hij een realistisch toekomstperspectief krijgt en hij zich verder kan ontwikkelen in therapie. Vanwege de aanwezige hoge en kritische risicofactoren en het gebrek aan behandeling op deze risicofactoren, is er sprake van een hoog recidiverisico. De komende periode zal een begeleide verlofstatus aangevraagd worden. MDFT is onlangs gestart en [verdachte] staat op de wachtlijst voor schematherapie en PMT. [verdachte] gaat, zoals hij zelf aangeeft, vanaf 1 januari 2023 stoppen met middelengebruik. Wanneer hij middels schone urinecontroles laat zien dat hij gestopt is, kunnen begeleide verloven ingezet worden. In de komende periode wordt hij aangemeld voor de ROC Kappersopleiding en wordt een praktijkplek gezocht voor deze BBL opleiding. Naar verwachting kan [verdachte] in augustus/september 2023 starten op de Kappersopleiding middels een onbegeleide verlofstatus. Wanneer dit goed verloopt kan hij in de zomer van 2024 op STP. Het perspectief voor wonen tijdens STP is nog niet gevormd. Verwacht wordt dat [verdachte] , bij een goed verloop van de behandelingen, verloven en het STP, op zijn vroegst in januari 2025 in aanmerking zal komen voor een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel.
Ter zitting heeft de deskundige, mevrouw [naam] , na aflegging van de belofte, als deskundige aanvullend het volgende naar voren gebracht.
De veroordeelde heeft ‘Leren van het delict’ afgerond in Teylingereind. Hij volgde daar ook schematherapie, maar vanwege een wachtlijst heeft hij daar, na zijn overplaatsing, in JJI Lelystad nog niet mee kunnen starten. Het is belangrijk dat met schematherapie gestart wordt, omdat daarbij gekeken wordt naar de disfunctionele coping mechanismen van de veroordeelde. Daarnaast staat de veroordeelde nog op de wachtlijst voor PMT en is hij recent met MDFT gestart. Per week heeft de veroordeelde één uur behandeling. Voor Brains4Use is de veroordeelde niet aangemeld, omdat hij zelf heeft aangegeven gestopt te zijn met middelengebruik. Dit wordt gecontroleerd middels urinecontroles. Voor het begeleid verlof is inmiddels een verlofstatus geschreven en deze wordt volgende week aangevraagd. Naar verwachting kan de veroordeelde eind februari starten met het begeleid verlof. Dan zal hij eens in de twee weken op verlof gaan, en als dat goed gaat één keer per week. De veroordeelde heeft tot juni de tijd om te laten zien dat het begeleid verlof goed verloopt. Dan kan tijdig de onbegeleid verlofstatus aangevraagd worden, zodat hij vanaf september zijn opleiding kan volgen. Voor onbegeleid verlof is het noodzakelijk dat er meer therapie heeft plaatsgevonden. Wanneer dat goed verloopt, kan de veroordeelde in de zomer van 2024 beginnen met STP. Gezien de taken en verantwoordelijkheden die daarbij komen kijken, is de verwachting dat de gevraagde verlengingsduur van 24 maanden nodig is. Dat de veroordeelde de verlenging liever voor een kortere termijn ziet, is voorstelbaar. Voor een kortere verlengingsduur van de PIJ laat het beoogde traject van behandelingen, verloven en het STP echter weinig ruimte. Als het gehele traject vlekkeloos verloopt, zou 22 maanden verlenging van de PIJ net voldoende kunnen zijn, maar een dergelijke verkorting van de gevraagde termijn zou tot onnodige druk en mogelijk onrealistische verwachtingen bij [verdachte] kunnen leiden. Het advies blijft een verlenging van de PIJ met 24 maanden.
De standpuntenDe officier van justitie heeft de vordering gehandhaafd.
24 maanden is nog een hele tijd, maar daarin moet wel het begeleid en vervolgens onbegeleid verlof en STP opgebouwd worden. Tegelijkertijd is het goed om de veroordeelde duidelijkheid te geven, zodat hij weet waar hij aan toe is en waar hij nog aan moet werken. Door de behandelcoördinator is goed uitgelegd welke stappen de veroordeelde nog moet nemen om uiteindelijk naar een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel toe te werken. Van de veroordeelde wordt de komende tijd veel gevraagd, nu de therapieën nog moeten starten. Daarbij is ruimte nodig om te kunnen vallen en opstaan.
De raadsvrouw van de veroordeelde heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het spreekt voor zich dat de veroordeelde graag had gezien dat het sneller zou verlopen. De veroordeelde heeft de pech gehad dat zijn therapieën en behandelingen om uiteenlopende redenen enige tijd stil hebben gelegen. Daardoor verliep het traject niet zo snel als hij had gehoopt. Dat heeft geleid tot het advies dat er nu ligt en de stappen die in het vooruitzicht gesteld zijn. De veroordeelde wil daar zijn best voor doen en zal zich ervoor inzetten het traject goed te doorlopen en naar een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ toe te werken.
De veroordeelde zelf heeft in raadkamer medegedeeld dat hij moest wennen toen hij werd overgeplaatst van Teylingereind naar JJI Lelystad. Inmiddels gaat het goed op de afdeling en heeft hij onlangs de eerste MDFT-behandeling gehad. De veroordeelde is naar eigen zeggen gestopt met het gebruik van middelen. De veroordeelde heeft een periode niet willen meewerken aan urinecontroles, omdat hij de wijze waarop deze werden afgenomen als een te grote inbreuk op zijn privacy ervaarde. Inmiddels is hij bereid mee te werken aan urinecontroles, sinds die procedure wat is aangepast. Hij is bereid mee te werken aan zijn behandelingen en gemotiveerd om een kappersopleiding te gaan volgen. Hij werkt hard om te bereiken wat hij voor de toekomst wil.
De vader heeft aangegeven dat de veroordeelde een grote verandering heeft doorgemaakt. Hopelijk worden de behandelingen en verloven zo snel mogelijk gestart, zodat hij zijn leven weer kan oppakken.
De beoordeling
De PIJ-maatregel is ondermeer opgelegd voor een poging tot diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld, een misdrijf, dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De maatregel kan daarom worden verlengd.
Gelet op het hiervoor genoemde advies en hetgeen op de zitting is besproken en gelet op artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van veroordeelde eisen dat de termijn van de PIJ-maatregel wordt verlengd.
De rechtbank overweegt dat uit de stukken en uit wat in raadkamer naar voren is gekomen volgt dat de veroordeelde zich goed inzet en op diverse gebieden goede resultaten heeft geboekt. Desalniettemin heeft er nog weinig behandeling plaatsgevonden en is de veroordeelde nog niet gestart met begeleid verlof. Binnen de inrichting zal de komende periode worden ingezet op behandeling en opbouw van verlof, zodat de veroordeelde in de zomer van 2024 kan starten met STP. Een verlenging van de PIJ-maatregel voor de duur van 24 maanden is gerechtvaardigd en noodzakelijk om dit traject mogelijk te maken. De genoemde behandeling en stappen zijn nodig om herhaling te voorkomen en zo de veiligheid van anderen alsmede de algemene veiligheid van personen te waarborgen. Daarnaast is de behandeling en daarna de deelname aan het STP noodzakelijk voor een goede toekomst voor de veroordeelde en derhalve in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde.
De rechtbank is daarom van oordeel dat de termijn van de PIJ-maatregel met 24 maanden moet worden verlengd.
Beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de PIJ-maatregel, zoals hierboven omschreven, met 24 maanden.
Deze beslissing is gegeven te Den Haag door
mr. M.P. Meeuwisse, kinderrechter, voorzitter,
mr. R. van Zeijst-Repelaer van Driel, kinderrechter,
en mr. Y.N. van den Brink, kinderrechter,
in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis, griffier.
en uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2023.
Mr. Van den Brink is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.