Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/1.4:1.4 Afbakening
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/1.4
1.4 Afbakening
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197322:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het recht op ongestoord genot van eigendom is stevig verankerd in internationale verdragen en in nationale constituties of speciale wetten zoals de Human rights Act. Hieruit kan worden opgemaakt dat er in Europa een grote mate van consensus bestaat over de beschermenswaardigheid van eigendom. Dat er überhaupt een eigendomsgrondrecht bestaat is echter niet zo evident als het thans lijkt. In dit kader kan gewezen worden op de negentiende eeuwse filosoof Proudhon, bekend van de uitspraak dat eigendom diefstal is (“la propriété, c’est le vol”), die ongetwijfeld sceptisch zou staan tegenover de opname van het eigendomsgrondrecht in een mensenrechtenverdrag. Zelfs bij de opstellers van het EVRM bestond geen consensus over de beschermenswaardigheid van eigendom. Illustratief daarvoor is dat het eigendomsgrondrecht niet is opgenomen in het EVRM zelf, maar in het 1,5 jaar later overeengekomen Eerste Protocol bij het EVRM. In hoofdstuk 2 van dit boek komen de ideeën van de opstellers van het EVRM over eigendom, zoals die naar voren komen in de Travaux Préparatoires, aan de orde. Ik laat het bij een vermelding van die opvattingen. Ook de verschillende filosofische en rechtspolitieke opvattingen over eigendom laat ik onbesproken. Ik neem dus tot uitgangspunt dat private eigendom grondrechtelijk beschermenswaardig wordt gevonden.
In veel van de arresten van het EHRM die ik bespreek stellen belastingplichtigen dat naast artikel 1 Eerste Protocol ook andere grondrechten zijn geschonden door de heffing of inning van belastingen. Voorbeelden van bepalingen die mede worden ingeroepen in belastingzaken zijn: het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM), het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven (artikel 8 EVRM), de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst (artikel 9 EVRM), het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel (artikel 13 EVRM) en vooral: het verbod van discriminatie (artikel 14 EVRM juncto artikel 1 Eerste Protocol, c.q. artikel 1 Twaalfde Protocol). Bij het bespreken van rechtspraak waarin meer bepalingen van het EVRM worden ingeroepen zal ik mij in principe beperken tot hetgeen betrekking heeft op het eigendomsrecht. Wel zal ik constateren dat er soms overlap bestaat tussen verschillende grondrechten. Ook bij het bespreken van de rechtspraak van nationale rechters zal ik mij beperken tot de eigendomsaspecten. Dit is met name relevant voor het hoofdstuk over Duitsland, waar de rechtspraak over de betekenis van andere grondrechten voor belastingheffing, met name die over het discriminatieverbod en de menselijke waardigheid veel uitgebreider blijkt te zijn dan die over het eigendomsrecht. Deze andere rechtspraak laat ik in beginsel onbesproken.