RFR 2025/24
Geschil over de uitvoering van het ouderschapsplan. Is gewijzigde omstandigheid op grond waarvan ontbinding is uitgesproken, omstandigheid als bedoeld in art. 1:401 BW?
HR 22-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1718
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/03397
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS999467:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Alimentatie
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1718, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:462, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑09‑2023
- Wetingang
Art. 1:401 lid 1 BW
Essentie
Kinderalimentatie.
Wijziging ouderschapsplan ter zake van financiële afspraken kind. Hof spreekt ontbinding uit van art. 8 van ouderschapsplan (onderhoudsbijdrage). Is gewijzigde omstandigheid op grond waarvan ontbinding is uitgesproken, omstandigheid als bedoeld in art. 1:401 BW?
Samenvatting
Partijen hebben bij het uiteengaan financiële afspraken gemaakt met betrekking tot de kosten van hun minderjarige dochter. Volgens deze afspraken, die zijn neergelegd in art. 8 van het ouderschapsplan, maakt ieder van de ouders maandelijks een bepaald bedrag over op een gezamenlijke (kind)rekening. De moeder heeft in deze procedure onder meer verzocht te worden ontslagen van haar verplichting om maandelijks ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.