V-N 2026/15.23
Onjuiste bewijslastverdeling bij voorgestelde afwijking van WOZ-taxatiewijzer
HR 20-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:438, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 maart 2026
- Magistraten
Van Eijsden, Boerlage, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
23/02821
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD53459:1
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:438, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑03‑2026
- Wetingang
Art. 17 lid 3 Wet WOZ
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de bewijslast ten onrechte bij X BV heeft gelegd. De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat X BV zowel in eerste aanleg als voor het hof de toepassing van de taxatiewijzer met betrekking tot de restwaarden bestrijdt.
Samenvatting
X BV exploiteert als huurder een kinderdagverblijf in een voormalige kerk. In geschil is de WOZ-waarde van € 357.177 voor 2019, zijnde de gecorrigeerde vervangingswaarde. Volgens Hof Den Haag wil X BV voor wat betreft de restwaarden van de ruwbouw, afbouw en installaties afwijken van de betreffende taxatiewijzer, zodat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.