Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/4.3.2.1
4.3.2.1 De benoeming van deskundigen als hoofdregel
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702017:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld art. 6.1.3.2 Bro.
Zie bijvoorbeeld Tjepkema & Van der Velden 2018, p. 119-120 en art. 13 lid 1 AVN Amsterdam. Ook in de nieuwe nadeelcompensatieregeling van afdeling 15.1 Omgevingswet jo. titel 4.5 Awb keert de ‘verplichte’ voorafgaande advisering niet terug.
Kummeling 1988, p. 86; De Poorter 2008 & Van Soest-Ahlers, p. 23.
Deze ‘functies’ van het advies worden uitvoerig beschreven door Kummeling 1988, § 2.3.1 en De Poorter en Van Soest-Ahlers 2008, § 2.1.
AGRvS 21 november 1992, BR 1993, p. 543.
Sinds 1 oktober 2012 is het raadplegen van de welstandscommissie niet meer verplicht indien het bevoegd gezag dat advies niet noodzakelijk acht (Stb. 2012, 75).
Zoals beschreven in § 2.3 is de hoofdregel in het ‘oude’ nadeelcompensatie- en planschaderecht dat het betrokken bestuursorgaan steeds – voorafgaand aan het nemen van een besluit – een adviseur moet inschakelen, tenzij de aanvraag kennelijk ongegrond is of toepassing wordt gegeven aan art. 4:5 Awb.1 In recentere nadeelcompensatiewet- en regelgeving lijkt afstand te worden genomen van deze beginselplicht.2 Bestuursorganen worden aangemoedigd om nadeelcompensatieaanvragen zoveel mogelijk zelfstandig af te doen en uitsluitend voorafgaand advies in te winnen wanneer dit naar het oordeel van het bestuursorgaan noodzakelijk is. Ik betwijfel of de voorgestane wijziging – met name in de overgangs- en gewenningsfase van Wro naar titel 4.5 Awb en afdeling 15.1 Omgevingswet – daadwerkelijk tot een meer terughoudende inzet van deskundigen zal leiden (zie ook § 2.3.6.1).
Wat daarvan ook zij, in het bestuursrecht bestaat geen algemene geschreven of ongeschreven beginselplicht voor bestuursorganen om voorafgaand aan het nemen van een besluit extern advies in te winnen.3 Niettemin laten bestuursorganen zich in de praktijk dikwijls voorlichten door een deskundige. De beginselnorm daarvoor is het formele zorgvuldigheidsbeginsel ex art. 3:2 Awb. Verschillende motieven kunnen een rol spelen bij de keuze of al dan niet een deskundige wordt ingeschakeld.
In de eerste plaats kan het betrokken bestuursorgaan op eigen initiatief een deskundigenadvies gelasten om zodoende de legitimiteit, rationaliteit en/of doelmatigheid van de besluitvorming te verhogen.4 Ook kan het bestuursorgaan op grond van het formele zorgvuldigheidsbeginsel gehouden zijn om deskundigenadvies in te winnen, zonder dat daar een specifieke wettelijke grondslag voor bestaat. Een dergelijke ‘buitenwettelijke’ adviesverplichting werd door de Afdeling Geschillen (Twk-rechter) bijvoorbeeld aangenomen in het kader van een planschadebeoordeling op grond van art. 49 WRO (oud).5 In de derde plaats kan het bestuursorgaan op grond van een bijzondere wet verplicht zijn om zich deskundig te laten voorlichten. Daaronder versta ik ook de situatie dat het bevoegd gezag zelf beleid of regelgeving heeft vastgesteld waaruit zo een verplichting voortvloeit. Zoals al vaker gezegd, is dat laatste ook – in ieder geval tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet en titel 4.5 Awb – het geval in het planschade- en nadeelcompensatierecht. De gevallen waarin een bestuursorgaan op grond van wet- en regelgeving gehouden is om een deskundigenadvies te gelasten, zijn niet onaanzienlijk. Enkele bekende voorbeelden zijn de welstandscommissie die op grond van art. 6.2 Besluit omgevingsrecht adviseert over de welstandsaspecten van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen6 of de UWV-verzekeringsarts die krachtens art. 2 lid 1 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten de gezondheidssituatie beoordeelt van iemand die een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft aangevraagd. Wat die geschreven beginselplicht betreft, is de situatie in het nadeelcompensatie- en planschaderecht dus niet ‘bijzonder’ te noemen.