RFR 2024/95
Kan een erfgenaam investeringen in een woning die tot de nalatenschap behoort terugvorderen van de nalatenschap op grond van ongerechtvaardigde verrijking?
HR 14-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:882
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 juni 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, K. Teuben
- Zaaknummer
23/01119
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS974145:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Erfrecht (V)
Erfrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:882, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:440, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑04‑2024
- Wetingang
Art. 81 RO; art. 6:212 jo. 6:97, 6:100 BW
Essentie
Erfrecht. Beneficiaire aanvaarding. Kind erflater.
Kan een erfgenaam investeringen in een woning die tot de nalatenschap behoort terugvorderen van de nalatenschap op grond van ongerechtvaardigde verrijking?
Samenvatting
Na het overlijden van hun langstlevende ouder, moeder, twisten 5 broers en zussen met een andere broer over de woning die door de betreffende broer wordt bewoond en tevens gebruikt als bedrijfsruimte. In de visie van de betreffende broer komt hem primair het economisch eigendom van de woning toe en valt deze niet in de nalatenschap van erflaatster, danwel heeft hij een vordering uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking op de nalatenschap ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.