NJB 2018/1771:Eisen aan de bewezenverklaring: indien het gaat om feiten of omstandigheden die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus – al dan niet in reactie op een bewijsverweer – beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging a. die feiten of omstandigheden aan te duiden, en b. het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend. Bewezenverklaring van medeplegen van valsheid in geschrift (visfraude) door een rechtspersoon: in casu heeft het hof voor de bewezenverklaring gegevens redengevend geacht die niet in de bewijsmiddelen zijn vermeld terwijl het Hof in zijn overweging evenmin met voldoende mate van nauwkeurigheid het wettige bewijsmiddel heeft aangegeven waaraan het die feiten of omstandigheden heeft ontleend. De motivering van de bewezenverklaring schiet aldus tekort