Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/6.2.2:6.2.2 Uitleg van ‘voorrang’ in art. 3:292 BW
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/6.2.2
6.2.2 Uitleg van ‘voorrang’ in art. 3:292 BW
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS586365:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 3, p. 889 en Parl. Gesch. Boek 3, p. 865.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
240. De retentor heeft het verhaalsrecht op zaken van derden als gevolg van een gecombineerde lezing van art. 3:291 lid 1 of 2 en art. 3:292 BW. Art. 3:292 BW bepaalt dat de schuldeiser zijn vordering kan verhalen met voorrang boven allen tegen wie het retentierecht kan worden ingeroepen en art. 3:291 BW bakent af wie die ‘allen’ zijn, tegen wie het retentierecht kan worden ingeroepen. Het woord ‘voorrang’ in art. 3:292 BW moet dus in die zin worden begrepen, dat daaronder ook valt het derdenverhaalsrecht. Omdat het strikt genomen niet gaat om voorrang boven derden (tegen wie het retentierecht kan worden ingeroepen), maar verhaal op zaken van die derden, moet de wettekst dus niet letterlijk worden genomen. De parlementaire geschiedenis vermeldt expliciet dat een derdenverhaalsrecht voor de retentor is gecreëerd.1