Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/40:40 Goederen- en verbintenissenrecht
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/40
40 Goederen- en verbintenissenrecht
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:ADS247320:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de hoofdlijnen van de wettelijke regeling hoofdstuk 3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De regeling van het stil pandrecht op vorderingen is door de wetgever binnen het goederenrecht geplaatst.1 De wettelijke regeling van het stil pandrecht bestaat niet alleen uit de in de afdeling Pandrecht van Titel 9 van Boek 3 BW opgenomen bepalingen. Van toepassing op een stil pandrecht op een vordering zijn ook de algemene bepalingen voor rechten van pand en hypotheek van afdeling 9.1 Boek 3 BW. Tevens zijn van toepassing de bepalingen van Titel 4 Boek 3 BW (Verkrijging en verlies van goederen).
Omdat een pandrecht een vermogensrecht is, zijn daarop niet alleen goederenrechtelijke bepalingen van toepassing, maar ook de algemene vermogensrechtelijke bepalingen van Boek 3 BW (Vermogensrecht in het algemeen). Een pandrecht op een vordering op naam rust op een persoonlijk recht op een prestatie dat uitsluitend jegens de debiteur van die prestatie geldend kan worden gemaakt. De pandhouder die bevoegd wordt om de verpande vordering te innen, komt in een rechtsverhouding tot de debiteur van de verpande vordering te staan. Op deze rechtsverhouding zijn de voor die verhouding relevante bepalingen uit het Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht (Boek 6 BW) van toepassing.