Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/7.6.5
7.6.5 Debt for equity swaps
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192640:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Tollenaar 2008, p. 62-63.
Zie nr. 65 in §3.3.6. Ook de Wet op de vergadering van schuldbrieven, die van kracht was in de periode 1934-1981, is wel eens gebruikt om obligaties die onder het toepassingsgebied van die wet pasten, om te zetten in aandelen. Zie daarover nr. 49.
Voordeel van het pre-insolventieakkoord boven het surseanceakkoord is niet alleen dat het akkoord in een eerder stadium kan worden aangeboden, maar dat het ook aan preferente en zekerheidsgerechtigde schuldeisers kan worden opgelegd.
Deze in de wet opgenomen beperkingen van de rechten van aandeelhouders zijn niet volledig in lijn met de in de rechtspraak ontwikkelde criteria voor noodzaakfinanciering. In §3.4.2 besprak ik dat i) sprake moet zijn van een impasse binnen de algemene vergadering van aandeelhouders (‘ava’), ii) extra financiering in de vorm van nieuwe aandelen noodzakelijk moet zijn voor de continuïteit van de vennootschap en iii) dat er geen reëel alternatief voorhanden is. Gelet op de vereiste staat van pre-insolventie (zie §5.2.3) is verdedigbaar dat in geval van een WHOA akkoord voldaan zal zijn aan het tweede en derde vereiste. Van een impasse in de ava is echter niet noodzakelijkerwijs sprake. Er zal veeleer sprake zijn van een impasse tussen de financiers en de aandeelhouders omdat de aandeelhouders weigeren extra kapitaal te verschaffen.
Of het orgaan waaraan deze uitgiftebevoegdheid op grond van de statuten is toegekend, vgl. art. 2:206 lid 1 BW. Ook is het mogelijk dat de ava haar bevoegdheid overdraagt aan een ander orgaan. Bij een N.V. is delegatie van de emissiebevoegdheid voor maximaal 5 jaar mogelijk, zie art. 2:96 BW. Ten slotte is het mogelijk dat de aandelen zijn verpand aan de financier, en dat de financier het stemrecht in de algemene vergadering uit zou kunnen oefenen, vgl. art. 2:98/199 BW.
Zie hierover Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa/349 en 361.
Art. 2:206a lid 1 slot BW.
Art. 2:231 BW.
Zie hierover: Moulen Janssen & Rensen 2018, p. 21.
Zie verder over deze juridische technieken: Tollenaar 2008, §5; Olaerts & Hamers 2003; Asser/De Serière 2-IV 2017 265 en 336-348.
Zie §7.3.6 over de vraag of een pre-insolventieakkoord nieuwe verplichtingen kan opleggen.
Het oorspronkelijke voorstel van wet noemde slechts het faillissement, maar naar aanleiding van opmerkingen van de concordantiewerkgroep werd ook de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen toegevoegd aan de wettekst Zie Nowak & Mennens 2012, p. 138-142.
k realiseer me dat uitbreiding van art. 2:195 lid 7 BW met een verwijzing naar de WHOA (en de surseance) realistischer is dan de introductie van een rechterlijke bevoegdheid de blokkeringsregeling ten aanzien van N.V.-aandelen terzijde te schuiven: een dergelijke regeling bestaat immers nog niet.
Tollenaar 2008, p. 63.
395. Met een debt for equity swap worden vorderingen op de noodlijdende onderneming omgezet in aandelenkapitaal. Op deze wijze wordt vreemd vermogen omgevormd tot eigen vermogen. Dit levert een directe verbetering van de solvabiliteit op, terwijl de constructie geen liquiditeitsbeslag op de onderneming legt. Er zijn geen contanten nodig om de uitkering aan de schuldeisers te doen. Schuldeisers krijgen het vooruitzicht in de toekomst dividenden van de gesaneerde vennootschap te ontvangen. Zij maken aanspraak op de zogenaamde ‘upside’.1
Debt for equity swaps vinden regelmatig plaats in het kader van herstructureringen. Zij vormen vaak de inhoud van een scheme of arrangement of een Chapter 11-plan. In Nederland komen debt for equity swaps nu en dan tot stand dankzij een helpende hand van de Ondernemingskamer, zoals besproken in §3.4.2. In andere gevallen wordt daarbij gebruik gemaakt van een insolventierechtelijke regeling, zoals het surseanceakkoord.2
Er zitten nogal wat vennootschaps- en financieelrechtelijke haken en ogen aan een dergelijke omzetting. De WHOA maakt het bewerkstelligen van een debt for equity swap eenvoudiger. De wet biedt een mechanisme om financiers in het zicht van een onvermijdelijk faillissement te dwingen mee te werken aan de omzetting, mits het omzettingsvoorstel de toets aan de homologatiecriteria kan doorstaan.3 Zoals besproken in §7.3.4.1 stelt de WHOA bepaalde vennootschapsrechtelijke regels ter zake van de uitgifte van nieuwe aandelen buiten werking in art. 370 lid 5 Fw.4 Het is daardoor niet langer noodzakelijk dat op grond van art. 2:206 BW een uitgiftebesluit wordt genomen door de ava.5 Het vonnis van homologatie treedt in de plaats van een dergelijk besluit.6
Daarnaast hebben aandeelhouders op grond van art. 2:96a lid 1/206a lid 1 BW een voorkeursrecht ter zake van nieuw uitgegeven aandelen.7 Het voorkeursrecht kan bij de B.V. worden beperkt of uitgesloten, maar slechts bij besluit van de algemene vergadering.8 Indien aandeelhouders geen heil zien in de debt for equity swap, zouden zij door gebruikmaking van het voorkeursrecht de herstructurering kunnen dwarsbomen. Door de werking van art. 370 lid 5 Fw vervalt ook dit obstakel wanneer de debt for equity swap binnen een WHOA-traject wordt aangeboden. Overigens hebben bestaande aandeelhouders géén voorkeursrecht indien er preferente aandelen worden uitgegeven, tenzij anders is bepaald bij de statuten.9 Bij debt for equity swaps worden vaak preferente aandelen uitgegeven.10 Dit geldt zowel voor B.V. als voor N.V.-aandelen. Daarnaast geldt er geen voorkeursrecht indien er bij een B.V. stemrechtloze aandelen of aandelen die geen recht geven op winstdeling worden uitgegeven.11
Indien de uitgifte van nieuwe aandelen een verhoging van het maatschappelijk kapitaal zou vereisen, is een ava-besluit tot statutenwijziging noodzakelijk.12 Mogelijk kan het homologatievonnis op grond van art. 370 lid 5 Fw in de plaats treden van een dergelijk besluit. De toelichting rept echter niet van een dergelijke mogelijkheid.13
396. Om de vorderingen van crediteuren om te zetten in nieuw uit te geven aandelen, kunnen de vorderingen worden verrekend met de verplichting tot het storten van kapitaal. De nominale waarde van de vordering wordt weggestreept tegen de inbrengverplichting. Een tweede optie is dat de schuldeisers de vorderingen overdragen aan de vennootschap. In beide gevallen gaat de bestaande schuldverhouding teniet.14
Ten derde zou het volgens mij ook mogelijk moeten zijn dat de zittende aandeelhouders op grond van een gehomologeerd akkoord worden verplicht hun aandelen over te dragen aan de financiers.15 Deze mogelijkheid is bij mijn weten nog niet besproken in de literatuur maar zou praktische voordelen kunnen bieden. In deze constructie is de intrekking van bestaande aandelen en uitgifte van nieuwe aandelen niet vereist en speelt het voorkeursrecht geen rol. Wat echter wél een rol kan spelen is een eventueel toepasselijke blokkeringsregeling, die de aandeelhouder verplicht de over te dragen aandelen eerst aan te bieden aan zijn mede-aandeelhouders. Een dergelijke regeling is niet verplicht.16 Als een blokkeringsregeling geldt, biedt art. 2:195 lid 7 BW ten aanzien van B.V.-aandelen een uitweg in geval van – onder meer – faillissement en schuldsanering. Onder meer de curator en de bewindvoerder kunnen de rechter verzoeken de statutaire blokkeringsregeling buiten toepassing te laten. De rechter wijst een dergelijk verzoek slechts toe indien de belangen van de verzoeker “dat bepaaldelijk vorderen en de belangen van anderen daardoor niet onevenredig worden geschaad.” Uit de wetsgeschiedenis blijkt niet waarom in geval van surseance van betaling een dergelijk verzoek niet kan worden gedaan.17 Deze beperking is dan ook bekritiseerd in de literatuur.18
De wetgever zou kunnen overwegen het toepassingsbereik van art. 2:195 lid 7 BW uit te breiden naar het pre-insolventieakkoordakkoord, opdat de aandelen van de zittende aandeelhouders kunnen worden overgedragen aan de crediteuren. Deze route kan eenvoudiger, sneller en daardoor minder kostbaar zijn dan de uitgifte van nieuwe aandelen. Deze belangen, in combinatie met het feit dat de aandeelhouders op basis van het akkoord geen belang mogen houden in de vennootschap, bieden mijns inziens voldoende rechtvaardiging voor het buiten toepassing blijven van de blokkeringsregeling. Een escape langs de lijnen van art. 2:195 lid 7 BW bestaat niet voor blokkeringsregelingen ten aanzien van N.V.-aandelen. Wetswijziging is op deze punten welkom.19
Het is overigens ook mogelijk dat een debt for equity swap buiten de rechtspersoon plaatsvindt. Schuldeisers krijgen dan aandelen in een nieuwe vennootschap toegekend. De activa van de oude onderneming worden dan overgedragen aan de nieuwe vennootschap. Deze nieuwe vennootschap wordt gefinancierd door de koper. Voordeel van deze constructie is dat de medewerking van de oude aandeelhouders niet is vereist.20 Het pre-insolventieakkoord kan uitkomst bieden om onwillige crediteuren te dwingen genoegen te nemen met aandelen.