Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/7.2
7.2 Eigendom
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487195:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Voetnoten
Voetnoten
Citaat aangetroffen bij Diepenhorst 1933, p. 3.
Diepenhorst 1933, p. 3.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 21, 24 en 26.
Pitlo/Reehuis/Heisterkamp 2006, p. 377 e.v.; Asser/Mijnssen/Van Dam/Van Velten 2002 (3-II), p. 20; vgl. par. 641 ZGB.
Asser/Mijnssen/Van Dam/Van Velten 2002 (3-II), p. 35; Pitlo/Reehuis/Heisterkamp 2006, p. 378. Kritisch hierover Salomons 2002, p. 19-21.
Pitlo/Reehuis/Heisterkamp 2006, p. 347; Asser/Mijnssen/Van Dam/Van Velten 2002 (3-II), p.26.
Suyling 1940, p. 127.
Zwalve 1993, p. 63.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 21 (onbeperktheid); p. 27 (absoluut karakter); Land 1901, p. 111; Meier/Hayoz, p. 322; Zwalve 1993, p. 61.
Land 1901, p. 117, noot 3; Meier/Hayoz, p. 322; Salomons 2002, p. 15-17; Asser/Mijnssen/Van Dam/Van Velten 2002 (3-II),p. 27.
HR 20 mei 1889, W 5720.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 49; Asser/Mijnssen/Van Dam/Van Velten 2002 (3-II), p. 25; Nieskens-Isphording 1996, p. 13, noot 12; Slangen 1995, p. 39.
‘Bastiat wilde een prijs zien uitgeloofd van een millioen voor eene goede, eenvoudige, begrijpelijke omschrijving van de gecompliceerde machine, die “staat” heet. Zoo een millioen werd voorgespiegeld aan dengene, die in het definieeren van het begrip“eigendom” naar eisch slaagde, zou het gevaar voor uitbetaling groot zijn?’,
aldus vraagt Oppenheim zich af.1 Diepenhorst2 antwoordt:
‘het gevaar van uitbetaling is inderdaad minimaal.’
Een definitie van het begrip eigendom is, aldus ook de heersende leer, niet op te stellen.3 De wet volstaat in art. 5:1 lid 1 dan ook met het geven van een tweetal kenmerken van eigendom.
Volgens art. 5:1 lid 1 is eigendom het meest omvattende recht dat een persoon opeen zaak kan hebben.4 Het omvat, in beginsel, alle denkbare – exclusieve5 – bevoegdheden met betrekking tot een zaak.6 In de woorden van Suyling7:
‘De eigendom onderscheidt zich van alle andere zakelijke rechten door zijne universaliteit.’
Eigendom is de moeder van alle beperkt zakelijke rechten.8
‘Het maximum van bevoegdheden, dat aan een zakelijk gerechtigde kan toekomen, is in den eigendom vereenigd.’9
Een limitatieve opsomming van bevoegdheden (rechten) is – volgens de heersende leer – niet mogelijk.10 Het staat de eigenaar vrij om te beslissen of en in hoeverre hij zijn bevoegdheden wenst uit te oefenen.11 Eigendom, ten slotte, is doelloos.12