Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies
Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/2.5.3.2:2.5.3.2 Voldoening waartoe gehouden
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/2.5.3.2
2.5.3.2 Voldoening waartoe gehouden
Documentgegevens:
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS406871:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 130 InsO ziet op handelingen die een verplichting inlossen op het moment en op de wijze waarop de schuldeiser aanspraak kon maken, verricht in de drie maanden voor de aanvraag tot insolventverklaring en daarna (kongruente Deckung).1 Er zijn twee gronden onder artikel 130 InsO waarop een congruente voldoening kan worden aangetast. De eerste grond is dat de schuldenaar al in betalingsonmacht (Zahlungsunfähigkeit) verkeerde, in welk geval de wederpartij van de betalingsonmacht moet hebben geweten. De tweede aantastingsgrond onder artikel 130 InsO is dat de aanvraag reeds was gedaan, in welk geval vereist is dat de wederpartij ofwel wist van de aanvraag of wist van de betalingsonmacht van de schuldenaar. Voor zover de wederpartij een gerelateerde partij was, wordt vermoed dat deze wist van de betalingsonmacht of de aanvraag (artikel 130 lid 3 InsO). Artikel 130 InsO stelt geen subjectieve vereisten aan de zijde van de schuldenaar, zodat slechts subjectieve elementen aan de zijde van de wederpartij hier een rol spelen.2
Ook hier dient de aantastbaarheid van de voldoening tegen de achtergrond van de Krise gezien te worden. In een periode voorafgaand aan de insolventverklaring is het vermogen van de schuldenaar als het ware reeds beslagen ten gunste van de gezamenlijke schuldeisers. Het is niet een verwerpelijke subjectieve gesteldheid van partijen maar de Krise zelf die de grondslag van het ingrijpen vormt. De subjectieve gesteldheid van de wederpartij is secundair en rechtvaardigt 'slechts' dat de aantasting van de handeling aan de wederpartij kan worden tegengeworpen.
Ook ten aanzien van een congruente voldoening geldt dat deze nog op grond van artikel 133 InsO kan worden aangetast indien de handeling heeft plaatsgevonden buiten de drie maanden voor de aanvraag. Vereist is dan dat de schuldenaar heeft gehandeld met het opzet schuldeisers te benadelen en dat de wederpartij hiervan wist. Hier zal bij de congruente voldoening van opeisbare vorderingen slechts in uitzonderingsgevallen sprake van zijn 3
In de Duitse regeling ten aanzien van handelingen die een doorbreking van de paritas creditorum vormen kan op twee knelpunten gewezen worden. Ten eerste is de Duitse regeling ten aanzien van inbreuken op de paritas creditorum extreem genuanceerd. Afhankelijk van de vraag of sprake is van een congruente of een incongruente voldoening worden nadere subjectieve vereisten aan de zijde van de wederpartij gesteld. Het onderscheid tussen congruent en incongruent zelf is onder omstandigheden echter weer afhankelijk gemaakt van criteria die als subjectief geduid kunnen worden. Het betreft hier de problematiek van 'druk betalingen'. Indien de wederpartij de schuldenaar dermate onder druk zet dat deze geen vrije wil meer heeft gehad, wordt de betaling als een incongruente voldoening beschouwd. Hiermee wordt het onderscheid tussen de categorieën m.i. verwaterd hetgeen afbreuk doet aan het uitgangspunt van contractuele finaliteit.
Een tweede knelpunt is de toepasselijkheid van artikel 133 InsO op gevallen waarin een inbreuk wordt gemaakt op de paritas creditorum. Door artikel 133 InsO ook van toepassing te laten zijn op deze vorm van benadeling (naast handelingen die een inbreuk maken op de integriteit van het verhaalsvermogen) is de aantastbaarheid van handelingen in strijd met de paritas creditorum niet beperkt in tijd en in het algemeen niet helder afgebakend. Geoordeeld kan worden dat ook dit afbreuk doet aan het beschermenswaardige beginsel van contractuele finaliteit.