JAR 2018/238
Moeten de winstdeling en het werkgeversdeel pensioenpremie in aanmerking worden genomen bij de berekening van de waarde van de vakantie-uren na ontslag?
Hof Arnhem-Leeuwarden 07-08-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7137
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
7 augustus 2018
- Magistraten
Mrs. J.H. Kuiper, H. de Hek, W.F. Boele
- Zaaknummer
200.213.039/01
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2018:7137, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 07‑08‑2018
- Wetingang
Art. 7:641 lid 1 BW; art. 7, 15 Richtlijn 2003/88/EEG
Essentie
Werknemer is in 1984 in dienst getreden bij BAT. Deze arbeidsovereenkomst is per 1 april 2015 geëindigd. Werknemer werkte laatstelijk als Regional Support Security Manager. Werknemer kreeg jaarlijks een bonus in een vorm van een winstdeling. De bonus was niet afhankelijk van de individuele prestaties van werknemer. Verder was werknemer deelnemer in het bedrijfspensioenfonds van BAT. BAT droeg bij in de betaling van de pensioenpremie. Bij het einde van het dienstverband kon werknemer nog aanspraak maken op 301 vakantie-uren en 618 compensatie-uren. De werknemer heeft in eerste aanleg gevorderd dat BAT veroordeeld wordt tot betaling van resterende vakantie-/compensatieuren berekend ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.