V-N 2026/21.6
Bij verrichten van 28% van werkzaamheden in Nederland geldt Nederlandse socialezekerheidswetgeving
HR 01-05-2026, ECLI:NL:HR:2026:729, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 mei 2026
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Cools, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
22/02814
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD105660:1
- Vakgebied(en)
Internationale sociale zekerheid / Bijzondere onderwerpen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:729, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑05‑2026
- Wetingang
art. 13 Vo (EG) 883/2004
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van de CRvB, dat de Nederlandse socialeverzekeringswetgeving van toepassing is op X en Y, juist is. De klachten die zijn gericht tegen dit oordeel falen dan ook.
Samenvatting
X en Y werken in 2016-2018 op een binnenvaartschip in België, Duitsland en Nederland voor Q GmbH, hun werkgever uit Liechtenstein. Het schip heeft een in Nederland gevestigde eigenaar en exploitant. De SVB geeft A1-verklaringen af en verklaart de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing. Aangezien het schip in 2016 28% van de tijd in Nederland vaart (en in 2017 24% en in 2018 26%), ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.