Einde inhoudsopgave
Verzamelbesluit kapitaalverzekeringen, SEW en BEW
4.5.1 Eigenwoningschuld wordt afgelost met verkoopopbrengst en daarna komt KEW tot uitkering
Geldend
Geldend vanaf 19-07-2024
- Bronpublicatie:
05-07-2024, Stcrt. 2024, 22825 (uitgifte: 18-07-2024, regelingnummer: 2024-216483)
- Inwerkingtreding
19-07-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
05-07-2024, Stcrt. 2024, 22825 (uitgifte: 18-07-2024, regelingnummer: 2024-216483)
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Eigen woning
Het gebeurt in de praktijk regelmatig dat de eigenwoningschuld direct wordt afgelost met de opbrengst van de verkoop van de eigen woning en dat enige tijd daarna pas de KEW tot uitkering komt, als de verzekeringnemer of zijn partner een nieuwe eigen woning heeft. De verkoopopbrengst leidt tot aflossing van de eigenwoningschuld, waardoor geen recht meer bestaat op de uitkeringsvrijstelling (artikel 10bis.6, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001). Dit vind ik ongewenst als er een direct verband bestaat tussen de verkoop van de eigen woning, het vrijkomen van het kapitaal en de aflossing van de eigenwoningschuld. Daarom keur ik het volgende goed.
Goedkeuring
Ik keur in deze situatie onder de volgende voorwaarden goed dat de uitkering wordt geacht voorafgaand aan de verkoop van de eigen woning plaats te vinden en zoveel als mogelijk te zijn gebruikt voor de aflossing van de eigenwoningschuld.
Voorwaarden
Voor deze goedkeuring gelden de volgende twee voorwaarden:
- –
De uitkering uit de KEW vindt plaats binnen een redelijke termijn na het tijdstip waarop de eigenwoningschuld is afgelost. In dit verband vind ik een termijn van zes maanden na het tijdstip waarop de eigenwoningschuld is afgelost een redelijke termijn. Als de belastingplichtige bij overschrijding van die termijn bij de inspecteur aannemelijk maakt dat de overschrijding niet aan hem is te wijten, is een langere termijn aanvaardbaar; en
- –
Er wordt aan de overige voorwaarden van de uitkeringsvrijstelling (artikel 10bis.6 Wet IB 2001) voldaan. Dit betekent onder andere dat in de situaties waarin de uitkering uit de KEW groter is dan de eigenwoningschuld, de uitkeringsvrijstelling niet geldt voor het meerdere.
Gevolg goedkeuring
Als de goedkeuring wordt toegepast heeft dit tot gevolg dat het vervreemdingssaldo eigen woning en de eigenwoningreserve achteraf herrekend moeten worden. Ik licht dit toe met een voorbeeld.
Voorbeeld
A heeft een eigenwoningschuld van € 200.000 en een KEW van € 60.000. Hij koopt op 1 juni 2023 een nieuwe eigen woning voor € 250.000. Zijn oude eigen woning verkoopt hij op 1 augustus 2023 voor € 200.000 en hij koopt in verband daarmee zijn KEW af. Met de verkoopopbrengst lost hij volledig zijn eigenwoningschuld op zijn oude woning af. Een maand later komt zijn KEW van € 60.000 feitelijk tot uitkering. In deze situatie kan de goedkeuring worden toegepast, waardoor de uitkering geacht wordt te zijn gebruikt om de eigenwoningschuld van de oude woning af te lossen. Dit heeft tot gevolg dat het vervreemdingssaldo eigen woning van A achteraf moet worden herrekend tot € 60.000. Het vervreemdingssaldo eigen woning wordt toegevoegd aan de eigenwoningreserve. Dit betekent dat de maximale eigenwoningschuld wordt herrekend tot € 190.000 (€ 250.000 minus € 60.000).1.
Het is mogelijk dat in deze situatie de verkoopopbrengst niet voldoende is om de gehele eigenwoningschuld af te lossen, stel dat A de oude eigen woning heeft verkocht voor € 180.000. A zal de restschuld van € 20.000 zoveel mogelijk moeten aflossen met de latere, feitelijke uitkering uit de KEW. Doet hij dat niet, dan heeft A in het geheel geen recht op de uitkeringsvrijstelling