Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/2.3.2
2.3.2 Enkele rechten en vrijheden
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS488200:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Een protocol bij het Verdrag is een tekst die één of meer rechten aan het Verdrag toevoegt of bepaalde voorschriften wijzigt.
Nederland heeft inmiddels het Vijftiende en Zestiende Protocol bij het EVRM ondertekend. Het Vijftiende Protocol is amenderend van aard en bevat enkele wijzigingen van het EVRM naar aanleiding van de zogenoemde Brighton-verklaring, zoals de codificatie van het subsidiariteitsbeginsel en de doctrine van de ‘margin of appreciation’. De wijzigingen zullen worden doorgevoerd als alle verdragstaten het Protocol hebben geratificeerd (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 873 (R2026)). Het Zestiende Protocol is optioneel en heeft tot doel een uitbreiding van de bevoegdheden van het EHRM om adviezen aan de hoogste nationale gerechten uit te brengen. Zie daarover § 18.3.3 hierna.
Het EVRM waarborgt onder meer het recht op leven (art. 2), het recht op vrijheid en veiligheid (art. 5), het recht op een behoorlijk proces (art. 6), het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (art. 8) en het recht op vrije meningsuiting en religie (art. 9). Het Verdrag verbiedt onder meer marteling en inhumane behandeling of bestraffing (art. 3), slavernij en gedwongen arbeid (art. 4), en discriminatie betreffende het genieten van de rechten en vrijheden die in het Verdrag zijn vastgelegd (art. 14).
Uitbreiding van rechten en nieuwe procedures
Sinds het EVRM in 1953 van kracht werd, is het geëvolueerd door de vastlegging van nieuwe Protocollen over nieuwe rechten of nieuwe procedures.1 Tot op heden zijn 14 protocollen aanvaard, zoals het Elfde Protocol (1994) over de hervorming van het controlemechanisme van het EVRM, en het Twaalfde Protocol (2005) over non-discriminatie.2
Het Verdrag is bovendien geëvolueerd door de (wijze van) uitleg door het EHRM van de daarin vastgelegde fundamentele rechten en vrijheden. Het heeft die rechten en vrijheden in zijn rechtspraak uitgebreid en toegepast in situaties waarin dat ten tijde van de totstandkoming ervan niet voorzienbaar was. Een voorbeeld is het in art. 6 EVRM gelezen recht tegen gedwongen zelfbelasting.