NJB 2015/324
Prejudiciële vragen: mag de nationale rechter anders oordelen dan de Europese Commissie over een door de nationale regelgevende instantie opgelegd gespreksafgiftetarief dat is gebaseerd op kostenoriëntatie overeenkomstig de Aanbeveling gespreksafgiftetarieven? Zo ja hoeveel ruimte heeft de nationale rechter bij die beoordeling?
CBb 13-01-2015, ECLI:NL:CBB:2015:4
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
13 januari 2015
- Magistraten
Mrs. Wolters, Kerkmeester, Albers
- Zaaknummer
AWB 13/550 ea
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Informatierecht / Telecommunicatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2015:4, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13‑01‑2015
- Wetingang
Essentie
Prejudiciële vragen: mag de nationale rechter anders oordelen dan de Europese Commissie over een door de nationale regelgevende instantie opgelegd gespreksafgiftetarief dat is gebaseerd op kostenoriëntatie overeenkomstig de Aanbeveling gespreksafgiftetarieven? Zo ja hoeveel ruimte heeft de nationale rechter bij die beoordeling?
Uitspraak
ACM heeft de markten bepaald voor vaste en mobiele gespreksafgifte. Zij heeft aan aanbieders van gespreksafgifte tariefregulering opgelegd op basis van de pure BULRIC kostenberekeningsmethode. Deze methode houdt in dat alleen incrementele kosten worden vergoed.
Eerder vernietigde het CBb het marktanalysebesluit voor de vorige reguleringsperiode die ook was gebaseerd op pure BULRIC. ACM motiveerde haar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.