De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.1:6.1 Inleiding
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS396091:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nu in kaart is gebracht welke specifieke eisen het Europese recht stelt aan de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving in de lidstaten en is besproken in hoeverre voor die uitvoering de toepassing van nationaal recht noodzakelijk en mogelijk is, wordt in dit hoofdstuk gefocust op de Nederlandse uitvoeringspraktijk. Het is niet mogelijk om binnen het bestek van dit onderzoek de uitvoering van alle Europese subsidieregelingen in Nederland te bespreken. Daarom wordt volstaan met een bespreking van de (mogelijke) juridische problemen die zich bij die uitvoering voordoen. Deze juridische problemen zijn in de eerste plaats afgeleid uit de jurisprudentie van de Nederlandse rechter en het Hof van Justitie. Niet alle juridische problemen die zich voordoen bij de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving zijn echter aan de orde gekomen bij de Nederlandse rechter, laat staan bij het Hof van Justitie. Vandaar dat in de tweede plaats tot bestudering van de Nederlandse (subsidie)regelgeving is overgegaan. Een derde bron voor het in kaart brengen van (mogelijke) juridische problemen vormen de interviews die zijn gehouden met vertegenwoordigers van Nederlandse uitvoeringsorganen en eindontvangers van Europese subsidies.
De (mogelijke) juridische problemen die in dit hoofdstuk worden besproken, zijn inherent aan het 'gemengd bestuur' waarvan in het kader van de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving sprake is. Het gevolg hiervan is immers dat de Europese subsidieregelgeving in veel gevallen niet zonder het nationale recht kan worden uitgevoerd. De in dit hoofdstuk te bespreken juridische problemen vinden dan ook vaak hun oorzaak in het feit dat de Nederlandse (subsidie)regelgeving niet goed is afgestemd op de Europese subsidieregelgeving, of zelfs daarmee in strijd is. Het komt ook voor dat in het Nederlands (subsidie)recht een regeling is getroffen die specifiek betrekking heeft op de verstrekking van Europese subsidies, die weliswaar niet in strijd is met de Europese verplichtingen, maar tot veel (nieuwe) onduidelijkheden en daarmee tot rechtsonzekerheid leidt of in strijd is met ander nationaal recht. De leidende vraag bij de behandeling van alle geconstateerde problemen is in hoeverre zij kunnen worden opgelost door aanpassingen in het Nederlandse (subsidie)recht.
Voor de goede orde zij opgemerkt dat in dit hoofdstuk wordt uitgegaan van de Europese (subsidie)regelgeving zoals die is beschreven in de hoofdstukken 4 en 5. De in die hoofdstukken geconstateerde juridische problemen werken uiteraard ook door in de Nederlandse uitvoeringspraktijk. In dit hoofdstuk komen deze problemen daarom opnieuw aan de orde. Ervan uitgaande dat de Europese (subsidie)regelgeving niet wordt aangepast aan de door mij in de hoofdstukken 4 en 5 gedane aanbevelingen, wordt in dit hoofdstuk aangegeven hoe in de nationale uitvoeringspraktijk het best met deze geconstateerde juridische problemen kan worden omgegaan.
In Nederland bestaat een algemene regeling voor het verstrekken van subsidies die is neergelegd in titel 4 van de Awb (hierna: de subsidietitel van de Awb). In dit hoofdstuk wordt daarom in de eerste plaats ingegaan op de vraag in hoeverre de subsidietitel van de Awb van toepassing is op de verstrekking van Europese subsidies door Nederlandse uitvoeringsorganen (paragraaf 6.2). Paragraaf 6.3 is vervolgens gewijd aan de knelpunten die zich voordoen bij de aanwijzing en oprichting van Nederlandse uitvoeringsorganen die zijn belast met de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving. Vervolgens wordt besproken hoe de nationale subsidieverhouding tussen Nederlandse uitvoeringsorganen en eindontvangers tot stand komt en wordt vormgegeven en welke problemen zich daarbij voordoen(paragraaf 6.4). In paragraaf 6.5 bespreek ik de vraagstukken die zich in Nederland manifesteren bij de verdeling van schaarse Europese subsidies. Vervolgens wordt in paragraaf 6.6 ingegaan op de knelpunten die zich voordoen bij de weigering van aanvragen om Europese subsidies. Paragraaf 6.7 is gewijd aan de problemen die zich voordoen in het kader van aan eindontvangers van Europese subsidies op te leggen subsidieverplichtingen. Daarna bespreek ik de juridische problemen die spelen bij de handhaving van de Europese subsidieregelgeving in Nederland (paragraaf 6.8). Ten slotte bezie ik in paragraaf 6.9 enkele knelpunten die zich voordoen in het kader van de rechtsbescherming van de eindontvanger van de Europese subsidie in Nederland.
Elke paragraaf wordt afgesloten met conclusies en aanbevelingen. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvattende conclusie.