Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/8.2.1:8.2.1 Inleiding
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/8.2.1
8.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS592319:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
343. De inhoud van art. 60 Fw is op het eerste gezicht vrij eenvoudig. De retentor verliest zijn recht niet door de faillietverklaring. De curator kan de zaak bij de retentor opeisen of zijn vordering voldoen. De retentor mag de curator een termijn stellen om deze bevoegdheden uit te oefenen. Na ongebruikt verstrijken van die termijn verkrijgt de retentor het recht van parate executie. Toch roept het artikel vragen op. Onder meer de volgende vragen komen in deze paragraaf aan de orde. Wat is de functie van de termijnstelling door de retentor? Wat moet de curator binnen de door de retentor gestelde termijn hebben gedaan? Betekent ‘opeising’ dat de zaak uit de macht van de retentor moet zijn gebracht? En is opeising van de zaak ook toegestaan wanneer de curator de zaak niet wil of kan verkopen? Ik bespreek de verschillende onderwerpen zoveel mogelijk in de volgorde waarin ze in art. 60 Fw te vinden zijn. Ik ga in paragraaf 8.2 nog uit van een tweepartijenverhouding; ik bespreek alleen de posities van de retentor en de curator. De positie van een zekerheidsgerechtigde met betrekking tot de zaak komt erbij in paragraaf 8.3.