Rb. Rotterdam, 06-09-2023, nr. C/10/647408 / HA ZA 22-899
ECLI:NL:RBROT:2023:8406
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
06-09-2023
- Zaaknummer
C/10/647408 / HA ZA 22-899
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBROT:2023:8406, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 06‑09‑2023; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
ECLI:NL:RBROT:2023:1411, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 22‑02‑2023; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
- Vindplaatsen
OR-Updates.nl 2023-0227
Uitspraak 06‑09‑2023
Inhoudsindicatie
Geschil tussen aandeelhouders. Informatieverstrekking door aandeelhouders aan andere aandeelhouder op grond van aandeelhoudersovereenkomst. Zie ook parallelle zaak met zaak/rolnummer 639370 22-459
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/647408 / HA ZA 22-899
Vonnis van 6 september 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
eiseres,
advocaat mr. M.J. Elkhuizen te Amsterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 3] ,
gedaagde,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 3] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 4] ,
gedaagde,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 4] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 3] ,
gedaagde,
advocaat gedaagden 1 tot en met 4 mr. J.P. van Veenendaal te Rotterdam.
Eiseres wordt hierna [eiseres] genoemd. Gedaagden worden aangeduid als [gedaagde 2] , [gedaagde 1] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] . Als gedaagden 2 tot en met 4 tezamen bedoeld zijn worden zij aangeduid als [gedaagde 2] c.s.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
de dagvaarding tevens houdende incidentele vordering ex artikel 223 en 222 Rv van 1 november 2022, met producties 1 tot en met 9;
- -
de conclusie van antwoord in incidenten, met producties 1 tot en met 11;
- -
het vonnis in incident van 22 februari 2023;
- -
de conclusie van antwoord van [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] ;
- -
de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] , met producties 1 tot en met 12;
- -
de mondelinge behandeling van 3 juli 2023 en de daarbij door partijen overgelegde spreekaantekeningen.
2. De feiten
2.1.
[eiseres] en [gedaagde 1] hebben op 5 juni 2014 [gedaagde 2] en haar twee dochterondernemingen [gedaagde 4] en [gedaagde 3] opgericht. Op dat moment waren [eiseres] en [gedaagde 1] ieder voor 50% aandeelhouder van [gedaagde 2] . Zij waren ook de (gezamenlijk bevoegde) bestuurders van [gedaagde 2] . [gedaagde 2] is enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde 4] en [gedaagde 3] .
2.2.
Op 21 juni 2016 heeft Eurobalance B.V. (hierna: Eurobalance) een aandelenbelang van 10% in [gedaagde 2] verworven. Sindsdien houden [eiseres] en [gedaagde 1]
Holding ieder 45% van de aandelen in [gedaagde 2] .
2.3.
Op 21 juni 2016 hebben Eurobalance, [eiseres] en [gedaagde 1] een aandeelhoudersovereenkomst (hierna: de Aandeelhoudersovereenkomst) gesloten. In de Aandeelhoudersovereenkomst is onder meer opgenomen:
- artikel 2.3 dat een overzicht bevat van besluiten over onderwerpen, waarvoor (feitelijk) de instemming van alle aandeelhouders van [gedaagde 2] vereist is, waaronder “het aanstellen en het ontslaan van personeel” (sub v.);
- artikel 4.2 sub a dat ziet op situaties waarin een aandeelhouder verplicht is zijn aandelen aan te bieden aan de andere aandeelhouders en de wijze waarop de koopprijs wordt bepaald (hierna: de aanbiedingsverplichting)- artikel 4.2 sub b dat bepaalt dat niet naleving van artikel 2.3 sub v leidt tot verschuldigdheid van een boete van € 2.500,- aan de overige aandeelhouders;
- artikel 6 dat luidt: “Partijen zullen bewerkstelligen dat Eurobalance, Saglambilek en Verhoek te allen tijde volledig directe toegang hebben tot en inzicht hebben in de financiële administratie en bankrekeningen, zowel via internet als anderszins”;
- artikel 10 inzake het aanstellen van een onafhankelijke adviseur en het geven van een bindend advies in geval van een impasse in de besluitvorming door de aandeelhouders (hierna: de impasseregeling).
2.4.
Bij brief van 25 augustus 2020 hebben [gedaagde 1] en Eurobalance aan [eiseres] medegedeeld dat [eiseres] heeft verzuimd een materiële bepaling van de aandeelhoudersovereenkomst na te leven en dat zij daarom op grond van artikel 4.2 onder a. van de aandeelhoudersovereenkomst verplicht is om haar aandelen in [gedaagde 2] aan te bieden aan de Eurobalance en [gedaagde 1] .
2.5.
Eind 2020 is op een buitengewone vergadering van aandeelhouders van [gedaagde 2] besloten ontslag te verlenen aan [eiseres] als statutair bestuurder van [gedaagde 2] . [eiseres] heeft eind december 2020 in dat beslag berust. [gedaagde 1] is nu de enig bestuurder van [gedaagde 2] .
2.6.
[gedaagde 1] en Eurobalance hebben bij deze rechtbank (onder zaak- en rolnummer 596793 HA ZA 20-487) een procedure aangespannen tegen [eiseres] . In die procedure vorderen [gedaagde 1] en Eurobalance onder meer nakoming door [eiseres] van een op grond van de Aandeelhoudersovereenkomst op haar rustende verplichting tot aanbieding van haar aandelen in [gedaagde 2] . In reconventie vordert [eiseres] in die procedure dat [gedaagde 1] /Eurobalance hun aandelen in [gedaagde 2] aan [eiseres] aanbieden en de informatieverplichting van artikel 6 van de Aandeelhoudersovereenkomst nakomen. Die zaak en de onderhavige zaak zijn gelijktijdig behandeld.
3. De vordering
3.1.
[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
(vordering 1 tot en met 5 betreffen de vorderingen in het incident waarover bij vonnis in incident van 22 februari 2023 is beslist; opmerking rechtbank)
6. [gedaagde 2] c.s. en [gedaagde 1] als bestuurder van [gedaagde 2] en indirect bestuurder van [gedaagde 3] en [gedaagde 4] , te gebieden, om [eiseres] de toegang tot financiële administratie en bankomgeving van [gedaagde 2] c.s. te geven, door binnen 5 werkdagen na vonnis:
i. aan [eiseres] dezelfde toegangsrechten in de boekhoudsoftware te geven als de toegangsrechten die de boekhouder van [gedaagde 2] c.s. heeft (ook als die software in de toekomst verandert);
ii. aan [eiseres] online toegang te geven tot het projectmanagement-systeem / CRMsysteem;
iii. aan [eiseres] online toegang te geven tot de facturatiesystemen van [gedaagde 2] c.s.; en
iv. aan [eiseres] online toegang te geven tot de volledige bankomgeving van [gedaagde 2] c.s., zodat [eiseres] in ieder geval inzage heeft in alle (historische) bankmutaties,
een en ander op straffe van een dwangsom van € 25.000,- per overtreding van dit gebod en € 5.000,- per dag dat de overtreding voortduurt;
7. [gedaagde 1] , als bestuurder van [gedaagde 2] c.s., te gebieden tot nakoming van artikel 2.3 sub v van de Aandeelhoudersovereenkomst, in die zin dat direct noch indirect personeel wordt aangenomen door [gedaagde 2] c.q. [gedaagde 3] zonder de voorafgaande goedkeuring van de aandeelhouders in [gedaagde 2] zoals bedoeld in artikel 2.3 van de Aandeelhoudersovereenkomst (dat wil zeggen: ten minste 91% van de aandeelhouders moeten voor dit voorgenomen bestuursbesluit stemmen), een ander op straffe van een dwangsom van € 50.000,-;
8. [gedaagde 1] te veroordelen om binnen vijf werkdagen een bedrag van € 7.500,- aan contractuele boete aan [eiseres] te betalen vanwege handelen in strijd met artikel 2.3 sub v van de Aandeelhoudersovereenkomst, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 25 oktober 2022 tot aan de dag der voldoening;
9. [gedaagde 1] te veroordelen in de proceskosten in de hoofdzaak en, subsidiair, [gedaagde 2] c.s. te veroordelen in de proceskosten, nakosten daaronder begrepen.
3.2.
Het verweer van [gedaagde 1] strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar vorderingen, althans tot afwijzing van haar vorderingen, met veroordeling van [eiseres] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente en nakosten.
3.3.
Het verweer van [gedaagde 3] en [gedaagde 4] strekt ertoe [eiseres] niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans tot afwijzing daarvan. [gedaagde 2] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. [gedaagde 2] c.s. verzoeken [eiseres] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis te veroordelen in de proces- en nakosten.
4. De beoordeling
4.1.
Deze zaak hangt samen met een andere, tussen dezelfde partijen bij deze rechtbank aanhangige procedure (zie 2.6). In de andere procedure staat de aanbiedingsverplichting van artikel 4 van de Aandeelhoudersovereenkomst centraal. In het vonnis dat in die zaak op dezelfde datum als dit vonnis wordt gewezen, is - kort gezegd - beslist dat op [eiseres] de verplichting rust om zijn aandelen in [gedaagde 2] aan te bieden aan de twee andere aandeelhouders, [gedaagde 1] en Eurobalance.
Inzage [eiseres] in financiële administratie en bankrekeningen
4.2.
Met deze procedure wil [eiseres] in de eerste plaats toegang krijgen tot de (financiële) administratie en bankrekeningen van [gedaagde 2] c.s. Eerder nog werd over diezelfde vordering in incident geoordeeld dat [eiseres] daarbij geen spoedeisend belang had. In de parallelle zaak wordt beslist dat [eiseres] haar aandelen in [gedaagde 2] moet aanbieden en moet meewerken aan de procedure van artikel 4 van de aandeelhoudersovereenkomst om tot waardering van die aandelen te komen. Dat betekent dat [eiseres] thans wel belang heeft bij toegang tot de informatie waarop zij op grond van de Aandeelhoudersovereenkomst recht heeft. Immers, [eiseres] zal zich een redelijk beeld moeten kunnen vormen van de financiële situatie van [gedaagde 2] , om de juistheid van hetgeen in het kader van de waardering van de aandelen aan de bindend adviseur wordt voorgelegd te kunnen beoordelen.
4.3.
Artikel 4 van de Aandeelhoudersovereenkomst verplicht partijen, waaronder blijkens de kop van dat document [gedaagde 2] , Eurobalance, [gedaagde 1] en [eiseres] moeten worden begrepen, te bewerkstelligen dat Eurobalance, [gedaagde 1] en [eiseres] toegang hebben tot en inzicht hebben in de financiële administratie en bankrekeningen. Hoewel de Aandeelhoudersovereenkomst daar niet duidelijk over is, ligt het voor de hand dat het daarbij gaat om de financiële administratie en bankrekeningen van [gedaagde 2] . Van die vennootschap zijn Eurobalance, [gedaagde 1] en [eiseres] immers aandeelhouder. Het spreekt evenwel voor zich dat [gedaagde 2] daarbij ook inzicht zal moeten geven in de financiële situatie van haar beide dochterondernemingen [gedaagde 4] en [gedaagde 3] , waarmee de onderneming feitelijk wordt gedreven. Ook ten aanzien van die vennootschappen zal de vordering tot toegang en inzage daarom worden toegewezen.
4.4.
Naar het oordeel van de rechtbank wordt met toewijzing van het onder 6 I en IV gevorderde aan [eiseres] toegang gegeven tot de financiële administratie en bankrekeningen. Voor toewijzing van de vordering tot het geven van toegang tot de systemen door [eiseres] genoemd onder II en III van haar vorderingen is geen plaats. Uit de benaming van die systemen (projectmanagementsysteem en facturatiesysteem) en hetgeen [gedaagde 1] daarover naar voren heeft gebracht, moet worden opgemaakt dat die systemen andere informatie bevatten en niet de financiën van de onderneming betreffen.
4.5.
[gedaagde 2] en [gedaagde 1] zullen dus worden geboden om [eiseres] toegang te geven tot de boekhoudsoftware van [gedaagde 2] c.s. en de bankomgeving van [gedaagde 2] c.s. op de wijze als in de beslissing vermeld. De termijn waarbinnen zij dit dienen te doen wordt gesteld op 20 dagen na dit vonnis.
4.6.
De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen, maar daaraan wordt een maximum gekoppeld van € 200.000,-.
Nakoming artikel 2.3 sub v van de aandeelhoudersovereenkomst
4.7.
[eiseres] wordt, als gezegd, in de parallelle zaak veroordeeld tot medewerking aan het aanbieden van zijn aandelen in [gedaagde 2] op grond van artikel 4 van de Aandeelhoudersovereenkomst. Aangenomen moet worden dat dat ertoe leidt dat [eiseres] binnen redelijk korte tijd geen aandeelhouder meer is. Het is in het belang van [gedaagde 2] , en daarmee ook van [eiseres] , dat [gedaagde 2] in de tussenliggende periode kan blijven ondernemen. Daarbij hoort ook het in het vennootschappelijk belang van [gedaagde 2] ontslaan of aantrekken van personeel. Niet gebleken is dat [eiseres] schade heeft geleden door de personeelsmutaties die in de voorliggende periode zijn doorgevoerd door [gedaagde 2] . Dat dat in de toekomst wel te verwachten is, is niet aannemelijk gemaakt. Voor een gebod tot nakoming van artikel 2.3 sub v is in de gegeven omstandigheden dan ook geen plaats.
Boete wegens niet naleving artikel 2.3 sub v van de aandeelhoudersovereenkomst
4.8.
Niet in geschil is dat in of rond september 2022 personeel is aangenomen door [gedaagde 3] zonder dat daaraan goedkeuring van alle aandeelhouders van [gedaagde 2] vooraf ging. In de andere procedure is evenwel vastgesteld dat op [eiseres] al sinds circa twee jaar daarvoor de verplichting is komen te rusten om zijn aandelen in [gedaagde 2] aan te bieden aan [gedaagde 1] en Eurobalance. Aangenomen met worden dat als [eiseres] overeenkomstig die verplichting had gehandeld, hij in 2022 toen deze kwestie speelde geen aandeelhouder meer was geweest. Bovendien staat als onbetwist vast dat [eiseres] bekend was met het aannemen van het bedoelde personeel en in de gelegenheid is gesteld zich tijdens de proeftijd uit te laten over het nieuwe personeel, van welke gelegenheid [eiseres] geen gebruik heeft gemaakt. Onder deze omstandigheden is het beroep van [eiseres] op schending van artikel 2.3 sub v van de Aandeelhoudersovereenkomst en de daarmee samenhangende boetebepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De vordering tot betaling van de boete door [gedaagde 1] wordt daarom afgewezen.
proceskosten
4.9.
Nu partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd. Iedere partij dient de eigen kosten te dragen.
5. De beslissing
De rechtbank,
5.1.
gebiedt [gedaagde 2] en [gedaagde 1] om [eiseres] toegang tot de financiële administratie en bankomgeving van [gedaagde 2] c.s. te geven door binnen 20 dagen:
1. aan [eiseres] dezelfde rechten toegangsrechten in de boekhoudsoftware te geven als de toegangsrechten die de boekhouder van [gedaagde 2] c.s. heeft;
2. aan [eiseres] online toegang te geven tot de volledige bankomgeving van [gedaagde 2] c.s. zodat [eiseres] inzage heeft in alle (historische) bankmutaties;
een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- als aan dit gebod niet wordt voldaan en van € 5.000,- voor elke dag dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 200.000,-;
5.2.
compenseert de proceskosten tussen partijen, zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2023.
[1861/1729]
Uitspraak 22‑02‑2023
Inhoudsindicatie
Vonnis in incident. De incidentele vorderingen tot het verlenen van toegang tot de financiële administratie en bankomgeving alsook een verbod op aannemen personeel ex artikel 223 Rv en tot voeging ex artikel 222 Rv worden afgewezen.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/647408 / HA ZA 22-899
Vonnis in incident van 22 februari 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres01] ,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. M.J. Elkhuizen te Amsterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SAGLAMBILEK HOLDING B.V. ,
gevestigd te Leerdam,
gedaagde sub 1.,
verweerster in het incident,
advocaat mr. G.R.G. Driessen te Rotterdam,
en
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JET GROUP B.V. ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ADCALLS B.V. ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SALES CARE B.V. ,
alle gevestigd te Utrecht,
gedaagden sub 2. t/m 4.,
verweersters in het incident,
advocaat mr. J.P. van Veenendaal te Den Haag.
Partijen worden hierna afzonderlijk [eiseres01] , Saglambilek Holding, Jet Group, Adcalls en Sales Care genoemd. Jet Group, AdCalls en Sales Care worden gezamenlijk aangeduid als Jet Group c.s.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
de dagvaardingen tevens houdende incidentele vordering ex artikel 223 en 222 Rv van 1 november 2022, met 9 producties;
- -
de conclusie van antwoord in de incidenten van Saglambilek Holding, met 11 producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De feiten
2.1.
[eiseres01] en Saglambilek Holding hebben op 5 juni 2014 Jet Group opgericht. Op dat moment waren zij ieder voor 50% aandeelhouders alsook de (gezamenlijk bevoegde) bestuurders van Jet Group. Jet Group, op haar beurt, is enig aandeelhouder en bestuurder van Sales Care en AdCalls.
2.2.
Op 21 juni 2016 heeft Eurobalance B.V. (hierna: Eurobalance) een aandelenbelang van 10% in Jet Group verworven. Sindsdien houden [eiseres01] en Saglambilek Holding ieder 45% van de aandelen in Jet Group.
Op dezelfde datum hebben Eurobalance, [eiseres01] en Saglambilek Holding een aandeelhoudersovereenkomst gesloten. In die overeenkomst is onder meer opgenomen:
- -
artikel 2.3 dat een overzicht bevat van besluiten over onderwerpen, waarvoor (feitelijk) de instemming van alle aandeelhouders van Jet Group vereist is, waaronder “het aanstellen en het ontslaan van personeel” (lid v.);
- -
artikel 4 dat ziet op situaties waarin een aandeelhouder verplicht is zijn aandelen aan te bieden aan de andere aandeelhouders en de wijze waarop de koopprijs wordt bepaald (hierna: de aanbiedingsverplichting);
- -
artikel 6 dat luidt: “Partijen zullen bewerkstelligen dat Eurobalance, Saglambilek en Verhoek te allen tijde volledig directe toegang hebben tot en inzicht hebben in de financiële administratie en bankrekeningen, zowel via internet als anderszins” ;
- -
artikel 10 inzake het aanstellen van een onafhankelijke adviseur, voor geschilbeslechting en – indien nodig – het geven van een bindend advies in geval van een impasse in de besluitvorming door de aandeelhouders (hierna: de impasseregeling).
2.3.
Bij brief van 25 augustus 2020 hebben Saglambilek Holding en Eurobalance aan [eiseres01] medegedeeld dat [eiseres01] heeft verzuimd een materiële bepaling van de aandeelhoudersovereenkomst na te leven en dat zij daarom op grond van artikel 4.2 onder a. van de aandeelhoudersovereenkomst verplicht is om haar aandelen in Jet Group aan te bieden aan de andere twee aandeelhouders.
2.4.
Eind 2020 is op de AvA van Jet Group besloten ontslag te verlenen aan [eiseres01] als statutair bestuurder van Jet Group. Sindsdien is Saglambilek Holding de enig bestuurder van Jet Group.
2.5.
Bij dagvaarding van 30 mei 2022 hebben Saglambilek Holding en Eurobalance bij deze rechtbank een bodemprocedure aanhangig gemaakt, waarin zij tevens een incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening hebben ingesteld.
In de hoofdzaak vorderen zij – kort gezegd – dat [eiseres01] wordt veroordeeld tot:
- medewerking aan de benoeming van een deskundige voor het bepalen van de waarde van de aandelen, aanbieding van haar aandelen tegen 85% van de waarde en betaling van een boete op grond van de aandeelhoudersovereenkomst;
- medewerking aan de benoeming van een bindend adviseur op grond van de impasseregeling.
In het incident vorderen zij dat [eiseres01] wordt veroordeeld tot medewerking aan de benoeming van een bindend adviseur op grond van de impasseregeling.
Bij vonnis van 9 november 2022 met zaaknummer C/10/639370 / HA ZA 22-459 heeft de rechtbank de incidentele vordering afgewezen en de hoofdzaak verwezen naar de rol voor het indienen van de conclusie van antwoord.
[eiseres01] heeft op de rol van 28 december 2022 de conclusie van antwoord tevens houdende (voorwaardelijke) eis in reconventie ingediend. In reconventie wordt kort gezegd gevorderd te verklaren voor recht dat het ontslagbesluit eind 2020 ten aanzien van [eiseres01] in strijd is met artikel 1.3 van de aandeelhoudersovereenkomst en Eurobalance en Saglambilek Holding te gebieden hun aandelen in Jet Group aan te bieden aan [eiseres01] en medewerking te verlenen aan het vaststellen van de verkoopprijs.
2.6.
Bij dagvaardingen van 1 november 2022 heeft [eiseres01] deze zaak aanhangig gemaakt. In de hoofdzaak vordert [eiseres01] kort gezegd:
- -
gedaagden te gebieden om [eiseres01] de toegang tot de financiële administratie en bankomgeving van Jet Group c.s. te geven;
- -
Saglambilek Holding te gebieden tot nakoming van artikel 2.3 sub v. van de aandeelhoudersovereenkomst;
- -
Saglambilek Holding te veroordelen tot betaling van € 7.500,- aan contractuele boete.
3. De vordering in het incident
3.1.
[eiseres01] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
in het incident ex artikel 223 Rv (voorlopige voorziening)
1. Jet Group c.s. te gebieden alsmede Saglambilek Holding, als bestuurder van Jet Group en indirect bestuurder van AdCalls en Sales Care, te gebieden, om – voor de duur van het geding – [eiseres01] de toegang tot de financiële administratie en bankomgeving van Jet Group c.s. te geven, door binnen 5 werkdagen na het in incident te wijzen vonnis:
i. aan [eiseres01] dezelfde toegangsrechten in de boekhoudsoftware te geven als de toegangsrechten die de boekhouder van Jet Group c.s. heeft (ook als die software in de toekomst verandert);
ii. aan [eiseres01] online toegang te geven tot het projectmanagementsysteem / CRM-systeem;
iii. aan [eiseres01] online toegang te geven tot de facturatiesystemen van Jet Group c.s.; en
iv. aan [eiseres01] online toegang te geven tot de volledige bankomgeving van Jet Group c.s., zodat [eiseres01] in ieder geval inzage heeft in alle (historische) bankmutaties;
een en ander op straffe van een dwangsom van € 25.000,- per overtreding van dit gebod en € 5.000,- per dag dat de overtreding voortduurt;
2. Saglambilek Holding, als bestuurder van Jet Group c.s., te gebieden – voor de duur van het geding – tot nakoming van artikel 2.3 sub v. van de aandeelhoudersovereenkomst, hetgeen betekent dat direct noch indirect personeel wordt aangenomen door Jet Group c.q. AdCalls zonder de voorafgaande goedkeuring van de aandeelhouders in Jet Group zoals bedoeld in artikel 2.3 van de aandeelhoudersovereenkomst (dat wil zeggen: ten minste 91% van de aandeelhouders moeten voor dit voorgenomen bestuursbesluit stemmen), een ander op straffe van een dwangsom van € 50.000,-, althans op straffe van een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen dwangsom;
3. Saglambilek Holding te veroordelen in de proceskosten in incident en, subsidiair, Jet Group c.s. te veroordelen in de proceskosten, nakosten daaronder begrepen;
in het incident ex artikel 222 Rv (voeging)
4. onderhavige procedure te voegen met de bodemprocedure bij de rechtbank Rotterdam, bekend onder zaaknummer C/10/639370;
5. voorwaardelijk, voor zover gedaagden zich niet zouden refereren aan het oordeel van de rechtbank en verweer voeren, Saglambilek Holding te veroordelen in de proceskosten in incident en, subsidiair, Jet Group c.s. te veroordelen in de proceskosten, nakosten daaronder begrepen.
3.2.
Het verweer van Saglambilek Holding strekt ertoe [eiseres01] niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen althans de vorderingen af te wijzen, met veroordeling van [eiseres01] in de kosten van het incident, vermeerderd met de wettelijke rente en eventuele nakosten.
3.3.
Jet Group c.s. hebben geen verweer gevoerd.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling in het incident
In het incident ex artikel 223 Rv (voorlopige voorziening)
4.1.
Artikel 223 Rv geeft de mogelijkheid tot het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van de procedure. Bij de beoordeling van de gevraagde voorzieningen stelt de rechtbank voorop dat het algemene vereiste dat de eisende partij belang heeft bij zijn vordering, gevoegd bij de beperkte werkingsduur van een voorziening op grond van artikel 223 Rv, ertoe leidt dat het belang bij de gevraagde voorziening dringend moet zijn, in die zin dat van de eisende partij niet kan worden gevergd dat hij de afloop van de procedure in de hoofdzaak afwacht.
Toegang tot de administratie en bankomgeving
4.2.
[eiseres01] vordert als voorlopige voorziening ten eerste dat gedaagden haar toegang verschaffen tot de financiële administratie en bankomgeving van Jet Group c.s. Die vordering wordt afgewezen. Daartoe is het volgende redengevend.
4.3.
[eiseres01] stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de toegang tot de administratie van Jet Group c.s., omdat zij steeds verder het zicht kwijtraakt op hetgeen binnen Jet Group c.s. gebeurt en het door het verloop van tijd lastig wordt om zaken achteraf te achterhalen terwijl duidelijk is dat er gerommeld wordt met de administratie door Saglambilek Holding en Eurobalance. Ook heeft zij er recht op om, als aandeelhouder, mee te denken en te beslissen over de koers, aldus [eiseres01] .
4.4.
De rechtbank stelt vast dat [eiseres01] en Saglambilek Holding (met Eurobalance) elkaar over en weer verwijten dat de ander in strijd handelt met de aandeelhoudersovereenkomst. De geschillen tussen die partijen zijn daarbij zodanig geëscaleerd dat dit reeds eind 2020 heeft geleid tot het ontslag van [eiseres01] als statutair bestuurder van Jet Group. De twee kampen stellen zich in de andere bodemprocedure inmiddels over en weer op het standpunt dat het andere kamp verplicht is zijn aandelen aan te bieden. Partijen willen/kunnen kennelijk niet met elkaar verder als aandeelhouders. Dat geschil ligt in dit incident en in de hiermee verbonden hoofdzaak echter niet ter beoordeling voor en dient in de andere bodemzaak en/of in het kader van de impasseregeling te worden behandeld. Hoewel aannemelijk is dat [eiseres01] een belang heeft om inzicht te verkrijgen in de administratie van Jet Group c.s., levert dat naar het oordeel van de rechtbank niet het voor toewijzing in dit incident vereiste recht en (spoedeisend) belang op. Saglambilek Holding voert terecht aan dat de aanbiedingsplicht van [eiseres01] al meer dan twee jaar geleden (in augustus 2020) is aangezegd en dat de bodemprocedure daarover sinds mei 2022 loopt. [eiseres01] heeft niet duidelijk gemaakt waarom zij, tegen de achtergrond van het aandeelhoudersgeschil dat al zo lang speelt, nu een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van de gevraagde voorziening die in de nieuwe door haar aanhangig gemaakte bodemzaak is ingesteld. Bovendien lijkt het niet in het belang van Jet Group c.s. dat aan een minderheidsaandeelhouder, die al enkele jaren geen bestuurder meer is en die in conflict is met de bestuurder en met de overige aandeelhouders, thans toegang tot de volledige financiële administratie en bankomgeving van Jet Group c.s. wordt gegeven.
4.5.
Het argument van [eiseres01] dat zij de informatie nu snel nodig heeft, zodat zij beter toegerust is om de bindend adviseur (ten behoeve van de impasseregeling) en de deskundige (ten behoeve van de waardebepaling van de over te nemen aandelen) te informeren, houdt geen stand. Immers, in de bodemzaak met zaaknummer 639370 is de incidentele vordering van Saglambilek Holding en Eurobalance, om [eiseres01] te veroordelen tot medewerking aan de benoeming van een bindend adviseur op grond van de impasseregeling, bij vonnis van 9 november 2022 afgewezen. Verder zal in de hoofdzaak in die procedure na een mondelinge behandeling – die is gepland op 3 juli 2023 – zo nodig worden beslist op de vraag of [eiseres01] (in conventie) dan wel Saglambilek Holding en Eurobalance (in reconventie) moeten meewerken aan de benoeming van de deskundige en/of de bindend adviseur. Een daadwerkelijke benoeming van de deskundige en adviseur is op korte termijn dan ook niet te verwachten. Evident is dat een dergelijke deskundige en/of bindend adviseur, als deze worden benoemd, volledig geïnformeerd zullen moeten worden, mede op basis van de volledige en correct gevoerde administratie. Indien zou komen vast te staan dat Saglambilek Holding en/of Eurobalance het daarheen hebben geleid dat [eiseres01] niet kon beschikken over informatie waarop zij uit hoofde van de aandeelhoudersovereenkomst in haar relatie tot hen aanspraak kon maken, ligt het op hun weg om aannemelijk te maken dat [eiseres01] daar geen nadeel van heeft ondervonden, noch zal ondervinden.
Verbod op het aannemen van personeel
4.6.
[eiseres01] vordert als voorlopige voorziening Saglambilek Holding, als bestuurder van Jet Group c.s., te gebieden artikel 2.3 sub v. van de aandeelhouders-overeenkomst na te komen, hetgeen betekent dat direct noch indirect personeel kan worden aangenomen door Jet Group c.q. AdCalls zonder de voorafgaande goedkeuring van de aandeelhouders van Jet Group. Ook die vordering wordt afgewezen. Daartoe is het volgende redengevend.
4.7.
De rechtbank merkt op dat [eiseres01] , anders dan door te verwijzen naar de in artikel 2.3 van de aandeelhoudersovereenkomst bepaalde wijze van besluitvorming door het bestuur van Jet Group, niet heeft onderbouwd of toegelicht dat en op welke wijze zij schade heeft ondervonden van de vermeende schending van dit artikel door Saglambilek Holding noch waarom te verwachten is dat zij schade zal ondervinden door schending van dit artikel. Geen van de betrokkenen heeft er belang bij dat gedurende het aandeelhoudersgeschil de besluitvorming binnen Jet Group over het aannemen van personeel, in praktische zin, onmogelijk wordt gemaakt. Saglambilek Holding heeft erop gewezen dat [eiseres01] bekend was met de aanname van personeel (ter vervanging van vertrokken medewerkers) en tevens in de gelegenheid is gesteld om zich gedurende de proeftijd uit te laten over het nieuwe personeel (waarvan [eiseres01] volgens Saglambilek Holding geen gebruik heeft gemaakt). Verwezen wordt naar het mailbericht dat de advocaat van Saglambilek Holding op 13 september 2022 aan de advocaat van [eiseres01] heeft verzonden (productie 4 van [eiseres01] ).
4.8.
Dat betekent dat de gevraagde voorzieningen ex artikel 223 Rv worden afgewezen.
In het incident ex artikel 222 Rv (voeging)
4.9.
Artikel 222 lid 1 Rv geeft, voor zover hier relevant, de mogelijkheid om in de situatie dat verknochte zaken voor dezelfde rechter aanhangig zijn, de zaken te voegen. De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval geen grond bestaat voor formele voeging. Daartoe is het volgende redengevend.
4.10.
[eiseres01] vordert de onderhavige procedure te voegen met de bodemprocedure met zaaknummer 639370. In de onderhavige procedure vordert [eiseres01] nakoming door Saglambilek Holding en/of Jet Group c.s. van artikel 2.3 onder v. (wijze van aanname van personeel), 4.2 onder b. (de boete daarop) en 6.1 (toegang tot bankzaken) van de aandeelhoudersovereenkomst. In de andere bodemzaak staat echter de nakoming van artikel 4 (de aanbiedingsverplichting en de waardebepaling van de aandelen door een deskundige) en 10 (onafhankelijk bindend adviseur bij een impasse) van de aandeelhoudersovereenkomst door [eiseres01] (in conventie) dan wel door Saglambilek Holding en Eurobalance (in reconventie) centraal. De rechtsvragen in de twee procedures zijn niet gelijk en kunnen, los van elkaar, worden beoordeeld. Gelet daarop en op het feit dat de partijen ook niet dezelfde zijn, is er, anders dan [eiseres01] meent, onvoldoende grond voor formele voeging.
4.11.
Het voorgaande neemt niet weg dat denkbaar is dat, indien dat in praktische zin mogelijk is zonder de andere procedure te vertragen, de mondelinge behandelingen in beide bodemprocedures op dezelfde datum zullen worden gepland, zulks mede ter besparing van kosten voor partijen.
Proceskosten
4.12.
[eiseres01] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Saglambilek Holding worden begroot op € 598,- (1 punt x tarief van € 598,-) aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente. De kosten aan de zijde van Jet Group c.s. worden begroot op nihil, nu zij in het incident geen verweer hebben gevoerd.
4.13.
Over de vergoeding van nakosten hoeft geen aparte beslissing te worden genomen, omdat volgens vaste rechtspraak een kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853, rov. 2.3).
5. Het verdere verloop in de hoofdzaak
5.1.
In de hoofdzaak is nog niet voor antwoord geconcludeerd. De rechtbank zal de zaak daartoe naar de rol verwijzen.
6. De beslissing
De rechtbank:
in het incident
6.1.
wijst het gevorderde af;
6.2.
veroordeelt [eiseres01] in de kosten van het incident, aan de zijde van Saglambilek Holding tot op heden begroot op € 598,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na de dag waarop dit vonnis wordt gewezen tot de dag van algehele voldoening, en aan de zijde van Jet Group c.s. begroot op nihil;
6.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
6.4.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 5 april 2023 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2023.
[2091 / 1729]