NJB 2017/1923
Wet Bopz. Voorwaardelijke machtiging. Naleving voorwaarden. De rechtbank oordeelt dat redelijkerwijs is aan te nemen dat betrokkene de voorwaarden zal naleven. Hoge Raad: Het oordeel is onvoldoende gemotiveerd
HR 29-09-2017, ECLI:NL:HR:2017:2526
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
29 september 2017
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, M.J. Kroeze
- Zaaknummer
17/02882
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Geneeskundige behandeling
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:2526, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 29‑09‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:982, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑07‑2017
- Wetingang
(art. 14a lid 5, 6 en 8 Wet Bopz)
Essentie
Wet Bopz. Voorwaardelijke machtiging. Naleving voorwaarden. De rechtbank oordeelt dat redelijkerwijs is aan te nemen dat betrokkene de voorwaarden zal naleven. Hoge Raad: Het oordeel is onvoldoende gemotiveerd
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. G.E.M. Later, vs. de officier van justitie, niet verschenen.
Uitspraak
Procesverloop
In dit geding heeft de rechtbank een voorwaardelijke machtiging verleend. De rechtbank heeft geoordeeld dat redelijkerwijs is aan te nemen dat betrokkene de voorwaarden zal naleven.
Hoge Raad
In het licht van de verklaringen van betrokkene en zijn raadsvrouwe ter zitting, inhoudende dat betrokkene geen voorwaardelijke machtiging wil, en in aanmerking genomen dat noch ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.