NJ 2013/565
Excessief formalisme van nationale autoriteiten bij toepassing van de uitzondering van de plicht tot het betalen van leges om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging. In het bijzonder nu inkomensgegevens bekend waren bij de nationale autoriteiten. Ontbreken effectief rechtsmiddel. Verhouding te betalen leges en inkomen klager disproportioneel.
EHRM 10-01-2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0110JUD002225107, m.nt. E.A. Alkema (G.R./Nederland)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
10 januari 2012
- Magistraten
Mrs. J. Casadevall, C. Bîrsan, E. Myjer, J. Šikuta, I. Ziemele, N. Tsotsoria, K. Pardalos
- Zaaknummer
22251/07
- Noot
E.A. Alkema
- LJN
BV2982
- Roepnaam
G.R./Nederland
- JCDI
JCDI:ADS127736:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2012:0110JUD002225107, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 10‑01‑2012
- Wetingang
Art. 13 EVRM
Essentie
Excessief formalisme van nationale autoriteiten bij toepassing van de uitzondering van de plicht tot het betalen van leges om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging. In het bijzonder nu inkomensgegevens bekend waren bij de nationale autoriteiten. Ontbreken effectief rechtsmiddel. Verhouding te betalen leges en inkomen klager disproportioneel.
Samenvatting
G.R., van Afghaanse nationaliteit, is getrouwd en is in december 1997 naar Nederland gekomen. Zijn vrouw en kinderen zijn vijf maanden eerder in Nederland gearriveerd. De asielaanvraag van klager is afgewezen, wel heeft klager een voorwaardelijke vergunning tot verblijf gekregen op grond van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.