Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.C.6.2
III.C.6.2 De lijkbezorging
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS403775:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Belgen en Fransen spreken van de dimensie 'non patrimoniale'. Zie bijvoorbeeld ook P.H. BLOK, Is er prive-leven na de dood? Nederlands Juristenblad (NJb) 2003, Afl. 6.
MAYER/BONEFELD/WALHOLZ/WEIDLICH, Testamentsvollstreckung, Angelbachtal: Zerb Verlag 2005, p. 380.
HANS RAINER KUNZLE, Der Willensvollstrecker im schweizerischen undUS-ameri-kanischen Recht (Habilitationsschrift Zurich 1998), Zurich: Schulthess Juristische Medien 20 0 0, p. 189, waarbij ook op het belang van de testamentaire last in deze gewezen wordt: 'Der Erblasser kann denWillensvollstrecker einsetzen, um eine letztwillig verfugte Auflage uber die Art und Weise des Begrabnisses (Beerdigung oder Kremation, Kreuz oder Grab-stein, Unterhalt des Grabes Errichtung eines Denkmals durchsetzen).' BV staat voor: 'Bun-desverfassung der Schweizerischen Eidgenossenschaft van 29 mei 1874 (SR 101).'
ASSER-PERRICK 6B, Erfrecht en schenking, Deventer: Kluwer 2005, nr.512 merkt terecht op dat als erflater de executeur het beheer ontneemt, de benoeming alleen zin heeft alsdeerflaterdeexecuteureen of meer lasten oplegt.
D. VAN GRUNDERBEECK, Erfenissen, Schenkingen en testamenten, M. COENE, W PINTENS, A. VASTERAVENDTS (e.a.), Antwerpen: Kluwer 1997, p. 195, LETELLIER, L'execution testamentaire (these Paris II), Parijs: Defrénois 2004, nr. 306.
TM, p. 343 e.v. Parl. Gesch.Vast., p.779.
ASSER-VAN DER PLOEG-PERRICK, Erfrecht, Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1996,nr. 550, waarvoor verwezen werdnaar HR 25 juni 1946, NJ 1946, 503. Onder het nieuwe recht is dit in ASSER-PERRICK 6B, Erfrecht en schenking, Deventer: Kluwer 2005 herhaald in nr. 514 zonder verwijzing naar dit arrest. Dit kan onder nieuw erfrecht ook verklaard worden vanuit het privatieve karakter van de executeur.
C.H. BEEKHUIS, De eerbiediging van de wens, dat het stoffelijk overschot wordt verbrand, Nederlands Juristenblad, 5 november 1955, nr. 38, p. 858, waarbij hij verwijst naar HR 25 juni 1946, NJ 1946, 503, waar de Hoge Raad beslist dat de zeggenschap over het lijk niet berust op het erfrecht, maar op algemene rechtsbeginselen. Zie ook W.G.H.M. VAN DER PUTTEN, Handboek Wet op de lijkbezorging, Lelystad: Koninklijke Vermande 1993, p. 294.Wat de wensen van de overledene betreft vinden deze hun grenzen in de redelijkheid. Art. 18 lid 1 Wet op de lijkbezorging luidt immers als volgt: 'In de lijkbezorging wordt voorzien door degene, die het in artikel 11 bedoelde verlof aanvraagt, dan wel door degene, die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden. De lijkbezorging geschiedt overeenkomstig de wens of de vermoedelijke wens van de overledene, tenzij dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden.' Zie hierover F.M.H. HOENS, Redelijkheid en billijk-heidaltijd en overal van begunstiging tot as!, EstateTip Review 2007-23, Den Haag: Boom Juridische uitgevers.
Onder het beheren van de goederen der nalatenschap valt niet de lijkbezorging. Het betreft een 'persoonlijkheidsrecht van erflater.1 Juist is dan ook de navolgende benadering:2
'Der Verwaltungsgegenstandist grundsatzlich der Nachlass des Erblassers, so dass [...] das Recht der Bestattung nicht in der Verwaltungsbereich fallen.' (Curs. BS)
De Zwitsers zien het, wat beschikkingen over de lijkbezorging betreft, eveneens zo:3
'Das Verfugungsrechts des Erblassers stutzt sich nicht auf das Erbrecht, sondern auf Art. 53 BV, weshalb diese Anordnung auch gegen die Angehorigen durch-gesetzt werden kann.' (Curs. BS)
Hier doet zich het belang van de testamentaire last gevoelen. Regelingen van en rondom de uitvaart vallen niet onder het standaardpakket van de wetgever, doch is uit de aard testamentair maatwerk en binnen het gesloten stelsel is dan het op de schouders van de executeur leggen van een testamentaire last de juiste weg. Dit betekent dan ook dat een erflater die een executeur slechts wil belasten met de regeling van de uitvaart, de executeur het beheer van art. 4:144 BW zal ontnemen.4
Zowel de Franse als de Belgische regeling van executele kennen geen speciale bepaling voor het regelen van de uitvaart. Dit zal samenhangen met het feit dat aldaar een van de basistaken van de executeur is het 'uitvoeren van de uiterste wilsbeschikkingen'oftewel 'nomen est omen':5
'Hoewel de wet dit niet uitdrukkelijk bepaalt, rust op de testamentuitvoerder ook de verplichting zorg te dragen voor de uitvoering van de extrapatrimoniale beschikkingen die in het testament voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn beschikkingen die de testamentuitvoerder opleggen missen voor de testator te laten lezen, zijn begrafenis op een bepaalde wijze en plaats te regelen.' (Curs. BS)
Dacht Meijers (en daarmee de wetgever) bij het regelen van de uitvaart in de ruimste zin des woords ook meteen aan de executeur?6
'Zo b.v. het doen begraven of het plaatsen van een grafsteen, het doen lezen van missen, het uitschrijven van een prijsvraag enz. Worden zodanige lasten op een executeur-testamentair gelegd, dan kan deze dus de daarvoor gemaakte kosten uit de boedel, bestrijden.' (Curs. BS)
Hoe dient de testamentaire last die niet rust op de erfgenaam maar op de executeur gezien te worden in het licht van de quasi-overeenkomstgedachte van opdracht/lastgeving? Duidelijker kan het mijns inziens niet gezegd worden:
'Zodanige lasten als b.v. de vernietiging van bepaalde documenten moet hij nakomen uit de kracht van de aanvaarding van de hem opgedragen taak.' (Curs.
BS)
En wat als hij erfrechtelijke 'wanprestatie' pleegt?
'dan kan [...] dit [...] een grond voor zijn ontzetting uit de executele zijn.'
Onder het oude erfrecht werd door Asser-Van der Ploeg-Perrick7 ten aanzien van de bevoegdheden van de executeur met betrekking tot de lijkbezorging reeds geleerd:
'Wanneer de begrafenis of de verassing aan de executeur is opgedragen moeten de erfgenamen dit aan hem overlaten.' (Curs. BS)
Zo ook Beekhuis8 die zelfs spreekt van 'een beginsel' als het om de uitvaart gaat:
'Maar nog boven de echtgenoot staat de executeur-testamentair die door de overledene is aangesteld om zijn lijkbezorging te regelen, zulks krachtens het beginsel dat de beschikkingen van erflater steeds praevaleren boven de wensen van de nabestaanden. In dat geval hebben alle verwanten, en ook de echtgenoot, te wijken.'
Mijns inziens kan er vanuit gegaan worden dat dit ook nog voor het nieuwe recht geldt.
Als men de verschillende gedachten rond 'executeur en uitvaart' naast elkaar zet, ziet men de Europese potentie die de taakomschrijving van Nederlandse executeur in art. 4:144 BW heeft. Via 'beheer en Verwaltung' kan met een Duitse bril naar de erfrechtelijke behoeften gekeken worden en via 'onverminderd de testamentaire lasten' kan met een Franse bril 'uitvoeren van de uiterste wil' naar de problematiek gekeken worden, waarbij ik aanteken dat ook in het Duitse recht met een 'Auflage' de bevoegdheden van een executeur aangevuldkunnen worden.
De Nederlandse erfrechtelijke beheerder heeft een Europees gezicht.