NJB 2023/1886
Naast arbeid en loonbetaling was ook sprake van een gezagsrelatie tussen appellante sub 2 en haar entertainers. Nu aan alle elementen van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is voldaan, moet appellante sub 2 worden aangemerkt als werkgever als bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en de uit deze wet voor haar als werkgever voortvloeiende verplichtingen naleven.
ABRvS 14-06-2023, ECLI:NL:RVS:2023:2320
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
14 juni 2023
- Magistraten
Mrs. Drop, Willems, Schipper-Spanninga
- Zaaknummer
202103087/1/A3
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2023:2320, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 14‑06‑2023
- Wetingang
Essentie
Naast arbeid en loonbetaling was ook sprake van een gezagsrelatie tussen appellante sub 2 en haar entertainers. Nu aan alle elementen van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is voldaan, moet appellante sub 2 worden aangemerkt als werkgever als bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en de uit deze wet voor haar als werkgever voortvloeiende verplichtingen naleven.
Partij(en)
Uitspraak op de hoger beroepen van: 1. de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2. [appellante sub 2], gevestigd te [plaats], appellanten, tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 april 2021 in zaak nr. 20/6959 in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.