Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/4.4.3.9
4.4.3.9 Conclusie met betrekking tot zorgverplichting 2 Inzet deskundigheid
1
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS302931:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De inhoud van zorgverplichting 2 -inzet deskundigheid- voor de accountant verschilt dermate veel van de inhoud van deze zorgverplichting voor advocaten, notarissen en financiële ondernemingen, dat een terugkoppeling naar hoofdstuk 3 geen toegevoegde waarde heeft.
“Een goedkeurende verklaring in het maatschappelijk verkeer is gebracht zonder dat daarvoor een deugdelijke grondslag bestond” betreft hetzelfde als “Ten onrechte een goedkeurende verklaring is afgegeven”. Dit volgt uit CBb 25 februari 2016, ECLI:NL:CBB:2016:37, r.o. 2.3.
Monitoring Commissie Accountancy (2016), p. 31.
In de tussentijdse conclusie heb ik al opgemerkt dat bij de wet- en regelgeving inzake de wettelijke controle sprake is van veel open normen, zoals ‘redelijke mate van zekerheid’, ‘materieel belang’, ‘getrouw beeld/inzicht’, ‘voldoende en passend’ en ‘aanvaardbaar laag niveau’.
Deze normen worden ingevuld met behulp van professionele oordeelsvorming. Door het subjectieve element dat inherent is aan professionele oordeelsvorming wordt de kans op een schending van deze zorgverplichting (en daarmee van aansprakelijkheid) verkleind. Deze kans wordt eveneens verkleind indien de risico- inschatting conform de regelgeving is gemotiveerd en in het controledossier is vastgelegd.2
Het risico van schending van deze zorgverplichting is mijns inziens beheersbaar voor een accountant die de normen te goeder trouw en met redelijke inspanning toepast en effectief gebruik maakt van instrumenten zoals dossiervorming. Dit wordt onderbouwd door het feit dat er bijna geen lagere rechtspraak of tuchtrechtspraak is met betrekking tot de wettelijke controle. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is echter dat recent in een aantal tuchtzaken is geoordeeld dat bij diverse controles geen sprake was van voldoende en geschikte controle- informatie. Dientengevolge is procedureel ten onrechte een goedkeurende verklaring afgegeven.3 Mijns inziens betreft dit onderdeel onder het huidige recht het grootste risico van aansprakelijkheid.
Voorts is er veel maatschappelijke onrust en is de accountant om de haverklap negatief in het nieuws. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door de verwachtingskloof. Opmerkelijk is echter dat slechts een klein deel van de verwachtingskloof wordt veroorzaakt door ontoereikende prestaties, terwijl dit de enige grond voor schending van de zorgplicht (en aansprakelijkheid) zou kunnen zijn. Ontoereikende standaarden en onredelijke verwachtingen zijn geen grond voor schending van de zorgplicht (en aansprakelijkheid).
Veel van de maatschappelijke onrust hangt samen met het niet ontdekken van fraude door de accountant. Door inherente beperkingen die kleven aan een accountantscontrole, bestaat er echter altijd een onvermijdbaar risico dat fraude niet wordt ontdekt, zelfs wanneer de controle naar behoren is gepland en uitge-voerd overeenkomstig de wet- en regelgeving.4 Er zal hier dus niet snel sprake zijn van een ontoereikende prestatie en daarmee van schending van de zorgverplichting (en aansprakelijkheid).
De Werkgroep Toekomst Accountantsberoep heeft diverse voorstellen gedaan die de verwachtingskloof zouden moeten verkleinen. Ik ben voorstander van deze voorstellen. Een verkleining van de verwachtingskloof zal er immers voor zorgen dat er minder maatschappelijke onrust zal zijn en dit zal het accountantsberoep ten goede komen. De Commissie Monitoring Accountancy5 wijst er in dit verband op dat de politiek de sector de opdracht heeft gegeven om de ontoereikende prestatiekloof te verkleinen. Mijns inziens zou de prioriteit echter bij de ontoereikende standaarden kloof en de onredelijke verwachtingenkloof moeten liggen, aangezien de ontoereikende prestaties kloof slechts een zeer klein onderdeel (gemiddeld circa 8%) is van de totale verwachtingenkloof. De maatschappelijke onrust komt naar mijn idee juist voort uit de ontoereikende standaarden kloof en de onredelijke verwachtingen kloof.