V-N 2022/21.9
Zwitserse A1-verklaring van Rijnvarende ontbeert rechtskracht voor jaar 2011
HR 29-04-2022, ECLI:NL:HR:2022:663, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 april 2022
- Magistraten
Koopman, Beukers-van Dooren, Cools
- Zaaknummer
21/03035
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS646274:1
- Vakgebied(en)
Internationale sociale zekerheid / Bijzondere onderwerpen
Premieheffing / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:663, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑04‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑04‑2022
- Wetingang
art. 6 en 6a AOW; art. 57 Wfsv; art. 7 lid 2 onderdeel a Verordening (EEG) nr. 1408/71; art. 16 lid 1 Verordening (EEG) nr. 883/2004
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat aan de Zwitserse A1-verklaring voor het jaar 2011 geen rechtskracht toekomt. Zwitserland is namelijk pas in 2012 toegetreden tot de Rijnvarendenovereenkomst. Een Zwitserse A1-verklaring kan de andere staten niet binden voor het jaar 2011.
Samenvatting
X woont in Nederland en verricht in 2011 als Rijnvarende werkzaamheden op een binnenvaartschip, waarvan de eigenaar in Nederland is gevestigd. X werkt tot en met 31 juli 2011 in loondienst voor het Luxemburgse D Sarl en vanaf 1 augustus 2011 voor het Zwitserse E GmbH. De door hem in zijn IB-aangifte 2011 geclaimde PVV-vrijstelling verleent de inspecteur ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.