RAV 2025/43
WAMCA. Geldt de termijnverlenging van art. 1018d lid 2 Rv ook voor andere belangenorganisaties dan de belangenorganisatie die daarom heeft verzocht?
HR 14-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:388
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
23/04444
- Conclusie
plv. P-G mr. M.H. Wissink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD14111:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:388, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1190, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑12‑2023
- Wetingang
Art. 3:305a BW; art. 247, 1018d Rv
Essentie
WAMCA. Ontvankelijkheidseisen. Termijnverlenging.
Kan een collectieve vordering die deels tegen andere rechtspersonen is gericht of wordt ingesteld ten behoeve van een andere achterban dan de eerdere collectieve vordering, ook zien op ‘dezelfde gebeurtenis(sen) of gelijksoortige rechtsvragen’ als bedoeld in art. 1018d lid 1 Rv? Geldt de termijnverlenging van art. 1018d lid 2 Rv ook voor andere belangenorganisaties dan de belangenorganisatie die daar om heeft verzocht? Kan een belangenorganisatie worden veroordeeld in de proceskosten van de andere belangenorganisatie(s)?
Samenvatting
Dit arrest ziet op een sprongcassatie van een vonnis in een collectieve actie ( ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.