NJ 1936/283
Vordering tot scheiding van tafel en bed, ingesteld door de vrouw, nadat de uitgesproken scheiding van tafel en bed door verzoening zoude zijn te niet gegaan. Niet-ontv verklarlng op grond dat geen verzoening heeft plaats gehad.
HR 16-01-1936, ECLI:NL:HR:1936:133
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 januari 1936
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, van Gelein Vitringa, de Menthon Bake, Nypels, Servatius
- Zaaknummer
[16011936/NJ_1936-283]
- Conclusie
Mr. Wijnveldt
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1936:133, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑01‑1936
- Wetingang
(BW art. 303.)
Essentie
Vordering tot scheiding van tafel en bed, ingesteld door de vrouw, nadat de uitgesproken scheiding van tafel en bed door verzoening zoude zijn te niet gegaan. Niet-ontv verklarlng op grond dat geen verzoening heeft plaats gehad.
Samenvatting
Hier is geen sprake van eene verzoening als bedoeld in art. 271 j°. 301 B. W., doch van de verzoening bedoeld bij art. 303, waarbij art. 211, lid 2, echter niet toepasselijk is verklaard. Het staat ter vrije beoordeeling van den rechter, of uit de bepaalde omstandigheden van zeker geval valt af te leiden, dat van verzoening der echtgenooten kan gesproken ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.