Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies
Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/3.1.2.1:3.1.2.1 De verschillende aantastingsgronden
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/3.1.2.1
3.1.2.1 De verschillende aantastingsgronden
Documentgegevens:
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS403487:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 127 IA bij winding up.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bepalingen die schuldeisers beschermen tegen benadelende handelingen zijn verspreid over een aantal afdelingen in de Insolvency Act 1986. De belangrijkste gronden zijn:
Transactions at an undervalue (artikel 238IA): Transacties om niet of met een significant waardeverschil zijn aantastbaar indien deze in de periode van twee jaren voor de aanvang van formele insolventie hebben plaatsgevonden en de schuldenaar toen reeds insolvent was of werd.
Preferences (artikel 239IA): Indien een schuldenaar met een handeling een reeds bestaande schuldeiser in een betere positie heeft gebracht in de insolventieprocedure dan waar deze in zou hebben verkeerd zonder de handeling, dan is de handeling aantastbaar indien deze in de periode van zes maanden voor de aanvang van formele insolventie is verricht (verlengd tot twee jaren voor gerelateerde personen) en de schuldenaar toen reeds insolvent was of werd, en de schuldenaar bij het verrichten van de handeling beïnvloed was door de wens de schuldeiser te bevoordelen (influenced by a desire to prefer).
Extortionate credit transactions (artikel 244IA): Artikel 244 IA voorziet in de mogelijkheid om kredietrelaties die het karakter hebben van een woekerkrediet aan te passen. De bepaling wordt echter nauwelijks toegepast.
Floating charge for past value (artikel 245IA): Artikel 245 IA bepaalt dat een floating charge die binnen een jaar (en twee jaren indien de wederpartij een gerelateerde persoon is) slechts geldig is voor zover de chargeholder daadwerkelijk nieuw krediet verschaft. Voor zover de floating charge strekt ter zekerheid van oud krediet, kan de floating charge niet worden ingeroepen.
Transactions defrauding creditors (artikel 423IA): Transacties gericht op benadeling van schuldeisers zijn aantastbaar. Vereist is dat de schuldenaar een transactie is aangegaan met een waardeverschil (at an undervalue) of om niet en dat de schuldenaar heeft gehandeld met de intentie vermogensbestanddelen te onttrekken aan verhaal van schuldeisers of anderszins met het doel zijn schuldeisers te benadelen.
Common law bescherming: Naast de wettelijke bepalingen in de Insolvency Act 1986, kan soms een pre-insolventie handeling haar werking ontzegd worden op grond van de common law op basis van de pari passu rule of distribution of het Engelse equivalent van het fixatiebeginsel.
Deze bepalingen worden gezamenlijk aangeduid als vulnerable transactions/antecedent transactions. De groep van vulnerable transactions/antecedent transactions is echter ruimer dan deze zes gronden. In de literatuur wordt daartoe ook nog een aantal andere transacties gerekend. Dit betreffen dan charges die niet zijn ingeschreven en vervreemdingen die plaatsvinden na insolventverklaring.1 Deze twee gronden zijn echter van een ander karakter dan de hierboven genoemde zes gronden. De charges die niet zijn ingeschreven en vervreemdingen na insolventverklaring zien meer op respectievelijk de vereisten voor het vestigen van een tegen derden inroepbaar zekerheidsrecht en het fixatiebeginsel. De zes hierboven genoemde gronden zien op de bescherming van crediteuren tegen benadelende handelingen verricht voor de aanvang van de formele insolventie. Het fixatiebeginsel kan echter ook een rol spelen voor zover een schuldenaar over zijn graf tracht te regeren en reeds voor de insolventie tracht te contracteren ten aanzien van de verdeling van zijn vermogen in geval van insolventie. In § 3.2.6 zal aan deze problematiek aandacht besteed worden.