Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/5.8.3.1
5.8.3.1 Bestaande 403-vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS589474:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. A. Steneker in zijn noot (sub 6) onder Rb. Amsterdam 13 mei 2009, JOR 2009/213 (Bald/Van Boekhold).
Zie voor een bijzonder geval, waarin de curator van een van de (afgesplitste) dochtervennootschappen jegens de moedervennootschap (zonder succes) een beroep deed op de 403-verklaring ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers van de dochtervennootschap, Hof Amsterdam (OK) 12 januari 2010, JOR 2010/94, m.nt. S.M. Bartman.
Zie Hof 's-Gravenhage 6 februari 2007, JOR 2007/103, m.nt. N.E.D. Faber.
Zie hiervóór nr. 293 e.v.
Vgl. N.E.D. Faber in zijn noot (sub 3.1) onder Hof's-Gravenhage 6 februari 2007,JOR 2007/103; en Verdaas 2008a, nr. 421 e.v.
Zie hiervóór nr. 291, 295 en 297.
313. Is slechts een van beide vorderingen stil gecedeerd, dan is het de vraag op grond waarvan de stille cedent inningsbevoegd is.
Als een vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid zijn beide vorderingen – de 403-vordering en de vordering jegens de dochtermaatschappij – zelfstandige vermogensrechten. Is een derde inningsbevoegd ten aanzien van de ene vordering, dan vloeit daaruit niet de inningsbevoegdheid ten aanzien van de andere vordering voort.1 Als de derde zeggenschap heeft ten aanzien van een geheel vermogen, zoals een faillissementsboedel of een nalatenschap, is de derde uit dien hoofde ten aanzien van beide vordering en inningsbevoegd.2 Beide vorderingen zijn vatbaar voor afzonderlijke bezwaring, afzonderlijk beslag, afzonderlijk onderbewindstelling en afzonderlijke volmachtverlening. Het is mogelijk dat een derde ten aanzien van beide vorderingen inningsbevoegd is geworden, bijvoorbeeld als openbaar pandhouder, omdat op beide vorderingen een pandrecht rust.3 Dit is een kwestie van uitleg. Bij derdenbeslag dient de beslaglegger onder twee rechtspersonen derdenbeslag te leggen. Is een derde slechts ten aanzien van een van beide vorderingen inningsbevoegd, dan zijn de rechtsgevolgen daarvan vanwege de kwalificatie van hoofdelijke aansprakelijkheid ingewikkeld.4 Zou de Hoge Raad ervoor gekozen hebben om de 403-vordering te kwalificeren als een vorm van borgtocht, dan was dit anders geweest.5 De les uit het arrest ING/Akzo Nobel is dat bij voorkeur beide vorderingen moeten worden bezwaard, beslagen of onder bewind gesteld.
Zijn beide vorderingen stil gecedeerd, dan ligt het voor de hand dat de last tot inning van de stille cedent betrekking heeft op beide vorderingen en niet op slechts een van beide vorderingen (bijvoorbeeld de vordering jegens de dochtermaatschappij). Of dit evenwel het geval is, is een kwestie van uitleg. Voor het geval dat slechts een vordering is stil gecedeerd en de andere vordering achterblijft bij de stille cedent, en hij die mag innen, is hij op grond van art. 6:16 jo 3:170 lid 2 Go 3:168) BW bevoegd tot inning van beide vorderingen en zijn de stille cedent en de stille cessionaris in beginsel in gelijke delen tot de opbrengst gerechtigd (art. 3:172 BW), tenzij uit een regeling (art. 3:168 BW) of hun rechtsverhouding (art. 3:166 lid 2 BW) anders voortvloeit.6