NJ 2016/254
EEX-Verordening. Bevoegdheid. Klacht met burgerlijke partijstelling bij onderzoeksrechter in Belgische strafrechtelijke procedure. Art. 1; materieel toepassingsgebied. Art. 27; litispendentie; aanhangigheid. Art. 30; datum waarop een gerecht wordt geacht te zijn aangezocht.
HvJ EU 22-10-2015, ECLI:EU:C:2015:722, m.nt. L. Strikwerda (Aannemingsbedrijf Aertssen en Aertssen Terrassements)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
22 oktober 2015
- Magistraten
M. Ilešič, C. Toader, J.-C. Bonichot, E. Jarašiūnas, C.G. Fernlund
- Zaaknummer
C-523/14
- Conclusie
A-G Y. Bot
- Noot
L. Strikwerda
- Roepnaam
Aannemingsbedrijf Aertssen en Aertssen Terrassements
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS154050:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2015:722, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 22‑10‑2015
- Wetingang
Essentie
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Rechtbank Gelderland (Nederland) bij vonnis van 12 november 2014.
EEX-Verordening. Bevoegdheid. Klacht met burgerlijke partijstelling bij onderzoeksrechter in Belgische strafrechtelijke procedure. Art. 1; materieel toepassingsgebied. Art. 27; litispendentie; aanhangigheid. Art. 30; datum waarop een gerecht wordt geacht te zijn aangezocht.
Samenvatting
Art. 1 EEX-Verordening moet aldus worden uitgelegd dat een bij een onderzoeksrechter ingediende klacht met burgerlijke partijstelling onder het toepassingsgebied van die verordening valt voor zover zij ertoe strekt, geldelijke vergoeding voor de door de klager beweerde schade te verkrijgen. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.