Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/2.5.3
2.5.3 Codificatie en modificatie
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS362261:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voermans, Interview 2012, bijl. 5.5, par. 5.1.
De Europese Commissie hanteert niet het onderscheid tussen integratie en herschikking.
Faure, The Harmonization, Codification and Integration of Environmental Law: A Search for Definitions 2000, p. 181: 'The legislative process whereby separate existing (cursivering van mij, JvdB) legal acts are brought together in one legal document.'
Zie in dit verband ook Van der Vlies, Handboek wetgeving 1991, p. 5, die aangeeft dat een wet die codificeert een geldende rechtsopvatting vastlegt. Een wet die modificeert is een wet die de geldende rechtsopvatting beoogt te veranderen.
Bedoeld is het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking, of het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk.
Integratie en herschikking kunnen zich op verschillende manieren manifesteren. Het is van belang om onderscheid te maken tussen modificerende en codificerende bundeling. Bij modificerende integratie of herschikking worden een of meer van de bij integratie respectievelijk herschikking betrokken wetssystemen ook inhoudelijk (materieel) gewijzigd. Is dat niet het geval, dan spreek ik wel van codificerende integratie of herschikking.
Anders dan Voermans1beperk ik de termen codificatie en codificerend niet om aan te geven dat in positief recht wordt vastgelegd wat daarin daarvoor niet was geregeld. Zoals in paragraaf 2.4.5 reeds is opgemerkt, sluit de door de Europese Commissie gebruikte term codification aan bij codificerende herschikking en de term recasting bij modificerende herschikking.2 Ook Faure spreekt in geval van codification over het bundelen van bestaand recht.3 Wel breng ik een nuancering aan dat ik niet al van modificerende bundeling spreek als de te bundelen regels niet exact hetzelfde in het gebundelde wetssysteem terugkomen. Het zal nu eenmaal vaak zo zijn dat integratie of herschikking zal leiden tot enige puur tekstuele wijzigingen van de daarbij betrokken wets-systemen. In dergelijke gevallen wil ik toch spreken van codificerende herschikking of integratie. Van modificerende herschikking of integratie is eerst dan sprake als door bundeling wordt beoogd om een geldende rechtsopvatting te wijzigen. Is dat niet het geval, dan spreek ik van codificerende bundeling.4
Een voorbeeld van codificerende herschikking betreft artikel 2.14 lid 1 aanhef en onder c Wabo, luidende:
'Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e5 neemt het bevoegd gezag bij die beslissing in ieder geval in acht dat in de inrichting of het mijnbouwwerk ten minste de voor de inrichting of het mijnbouwwerk in aanmerking komende beste beschikbare technieken moeten worden toegepast.'
Deze op 1 oktober 2010 in werking getreden regel is feitelijk niet anders dan een voortzetting van het tot dat moment geldende artikel 8.10 lid 2 aanhef en onder a Wm, luidende:
De vergunning6 wordt in ieder geval geweigerd indien door verlening daarvan niet kan worden bereikt dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast.' Weliswaar was hier en daar een redactionele aanpassing noodzakelijk, maar die was niet bedoeld om de onder vigeur van artikel 8.10 Wm geldende rechtsopvatting inhoudelijk te veranderen.
Van modificerende herschikking zou wel sprake zijn geweest als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor wat betreft de in artikel 2.14 Wabo genoemde activiteit niet langer zou worden getoetst aan de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken. In dat geval zou immers wel worden afgeweken van de in artikel 8.10 Wm vastgelegde rechtsopvatting dat een aanvraag om milieuvergunning moet worden getoetst aan de beste beschikbare technieken.
Bij het in paragraaf 2.4.4 genoemde voorbeeld van de integratie van de Wet milieugevaarlijke stoffen in de Wet milieubeheer is sprake van codificerende integratie. Zoals nader zal worden toegelicht in hoofdstuk 5 had de wetgever namelijk niet de bedoeling om de geldende rechtsopvatting te veranderen.