De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.6.3:16.6.3 Proportionaliteit van tijdelijke aanstelling bestuurders en ontslagverzoeken
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.6.3
16.6.3 Proportionaliteit van tijdelijke aanstelling bestuurders en ontslagverzoeken
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS367332:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 9.2.2.1.
HR 11 juli 2014, NJ 2014/389 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2014/263 m.nt. Josephus Jitta bij JOR 2014/264 (Novero-II).
Zie over dat tijdelijke karakter verder par. 16.3.4.
Hof Amsterdam (OK) 30 oktober 2013, JOR 2013/337 m.nt. Josephus Jitta (Novero), r.o. 3.8.
HR 11 juli 2014, NJ 2014/389 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2014/263 m.nt. Josephus Jitta bij JOR 2014/264 (Novero-II).
Makkink.
Zie meer uitgebreid par. 15.2.2 en 16.3.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat betreft de proportionaliteit van tijdelijke aanstelling van bestuurders zijn de tertiaire gevolgen in de praktijk het belangrijkst:1 wat gaat de tijdelijke bestuurder doen met de bevoegdheden die de wet, statuten en eventuele de beschikking van de ondernemingskamer aan hem toekennen (dus de secundaire gevolgen)? Bij de aanstelling van de tijdelijke bestuurder zijn deze tertiaire gevolgen veelal (nog) niet te voorzien. Wel kunnen deze aan de orde gesteld worden in het kader van een verzoek tot het aanvullen, wijzigingen of beëindigen van de desbetreffende (onmiddellijke) voorziening.2
Indien bijvoorbeeld de tijdelijke bestuurder zijn taak onbehoorlijk vervult, brengt het proportionaliteitsvereiste mee dat de desbetreffende (onmiddellijke) voorziening wordt aangevuld (bijvoorbeeld door tijdelijk een commissaris aan te stellen), gewijzigd (bijvoorbeeld door een ander als tijdelijke bestuurder aan te stellen), of wordt beëindigd.
In dat kader kan bijvoorbeeld aan de orde komen of de tijdelijke bestuurder voldoende rekening houdt met het tijdelijke karakter van zijn aanstelling.3
In haar Novero-beschikking4 overwoog de ondernemingskamer dat zij terughoudendheid moet betrachten bij het beoordelen van het functioneren van de tijdelijke bestuurder. In cassatie oordeelde de Hoge Raad dat de motivering van dit oordeel niet onbegrijpelijk was, gezien de taak van de tijdelijke beheerder en de omstandigheden waarin deze moest worden verricht.5 Deze omstandigheden waren de ernstig verstoorde verhoudingen tussen de aandeelhouders en de nijpende financiële situatie. Of in andere omstandigheden een meer indringende toets is vereist, bleef in het midden.
Makkink6 plaatst de terughoudende beoordeling van het functioneren van tijdelijk bestuurders tegen de achtergrond van de taakverdeling tussen ondernemingskamer en tijdelijke bestuurders. Kort gezegd,7 bestuurt de tijdelijke bestuurder de rechtspersoon en dient de ondernemingskamer niet op de stoel van de ondernemer plaats te nemen.