Het beroep van de klager tegen het confiscatiebevel is bij uitspraak van 1 mei 2024 door de rechtbank Noord-Nederland ongegrond verklaard.
HR, 07-01-2025, nr. 23/04533 B
ECLI:NL:HR:2025:21
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
07-01-2025
- Zaaknummer
23/04533 B
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:21, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑01‑2025; (Cassatie, Beschikking)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1075
ECLI:NL:PHR:2024:1075, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑10‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:21
- Vindplaatsen
Uitspraak 07‑01‑2025
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op horloge onder klager n.a.v. vonnis van Duitse rechter, waarna Rb klaagschrift n-o heeft verklaard omdat het niet binnen 3 maanden na eindigen van vervolgde zaak is ingediend (art. 552a.3 Sv). Ontvankelijkheid cassatieberoep na teruggave aan klager, art. 134.2.a jo. 118a.1 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. CAG: Uit ingewonnen informatie blijkt dat er voor horloge een zekerheidsstelling heeft plaatsgevonden, die in mindering is gebracht op nog openstaand bedrag van confiscatiebevel van Duitse autoriteiten. Hieruit kan worden afgeleid dat voorwerp door OM aan klager is teruggegeven (art. 118a.1 Sv). Indien een ex art. 94a Sv inbeslaggenomen voorwerp na zekerheidsstelling a.b.i. art. 118a Sv aan klager is teruggegeven, is daarmee beslag geëindigd, zoals volgt uit art. 134.2.a Sv. Dat brengt mee dat klager n-o is in het door hem ingestelde beroep. Klager n-o.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04533 B
Datum 7 januari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 22 november 2023, nummer RK 23/024057, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J. Weldam, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2025.
Conclusie 22‑10‑2024
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Art. 94a Sv beslag op een horloge. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Uit ingewonnen inlichtingen bij het arrondissementsparket blijkt dat er voor het betreffende horloge een zekerheidsstelling a.b.i. art. 118a.1 Sv heeft plaatsgevonden. Daarmee is het beslag o.g.v. art. 134.2 onder a, Sv geëindigd, zodat de klager niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04533 B
Zitting 22 oktober 2024
CONCLUSIE
A.E. Harteveld
In de zaak
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de klager
De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij beschikking van 22 november 2023 de klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag strekkende tot teruggave van een op grond van art. 94a Sv inbeslaggenomen Breitling horloge (goednummer: A.04.01.002).
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en J.J. Weldam, advocaat in Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
3.1
Uit namens mij ingewonnen informatie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland van 14 oktober 2024 blijkt, voor zover hier van belang, dat er voor het onderhavige horloge een zekerheidsstelling heeft plaatsgevonden, welke in mindering is gebracht op het nog openstaande bedrag van het confiscatiebevel van de Duitse autoriteiten1.. Hieruit leid ik af dat het betreffende voorwerp door het Openbaar Ministerie aan de klager is teruggegeven (art. 118a, eerste lid, Sv).
3.2
Indien een op de voet van art. 94a Sv inbeslaggenomen voorwerp, na een zekerheidsstelling als bedoeld in art. 118a Sv, aan de klager is teruggegeven, is daarmee het beslag geëindigd, zoals volgt uit art. 134, tweede lid onder a, Sv.2.Dat brengt mee dat de klager niet-ontvankelijk is in het door hem ingestelde beroep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 22‑10‑2024
HR 16 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:612.