Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/1.5
1.5 Nadere toelichting bij de methode
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS585907:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Het rechtsgevolg overdracht is een species van het genus overgang.
Zie o.a. art. 6:130 lid 1 BW en afd. 6.2.1 BW.
Zie voor het begrip 'uitoefening van andermans recht', Asser/Kortmann 5-III 1994, nr. 168 e.v.; vgl. voorts Bloembergen 1995, p. 878; Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV* 2009, nr. 280. Het begrip 'uitoefening van andermans recht' heeft onder meer betrekking op vermogensrechten, zoals eigendomsrechten, intellectuele eigendomsrechten, effecten en vorderingen. Zie Asser/Kortmann 5-III 1994, nr. 168 en 171; Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV* 2009, nr. 280 e.v. Deze studie bevindt zich daarmee (ten dele) in het voetspoor van de studie van Groefsema over het bevoegd beschikken over andermans recht. Zie Groefsema 1993.
De rechtsfiguren waarbij een derde andermans vordering uitoefent zijn in de literatuur niet geordend. Van een leerstuk 'uitoefening van andermans vordering', zoals dat bestaat bij de 'overgang van vorderingen', is geen sprake. Dat is voor deze studie een gemis.
Aangenomen dat de stille cedent krachtens lastgeving bevoegd blijft ten aanzien van de stil gecedeerde vordering.
5. Dat bij het nader bepalen van de rechtsgevolgen van de stille cessie aandacht wordt besteed aan de overgang van vorderingen spreekt voor zich. De cessie die wordt verricht door een beschikkingsbevoegde cedent krachtens geldige titel (waarvan in het vervolg van deze studie wordt uitgegaan), heeft een rechtsgeldige overdracht tot gevolg. Bij een stille cessie gaat op het moment van het verlijden van de authentieke akte dan wel het registreren van de onderhandse akte de vordering van de stille cedent op de stille cessionaris over.1 Bij de stille cessie is derhalve sprake van de overgang van de vordering. De rechtsgevolgen van de stille cessie worden derhalve in de eerste plaats bepaald door de rechtsgevolgen van de overgang van vorderingen.
De rechtsgevolgen voor de overgang van vorderingen zijn eenvormig geregeld; het Burgerlijk Wetboek maakt voor de rechtsgevolgen van de overgang van vorderingen in beginsel geen onderscheid tussen de wijze waarop de vordering is overgegaan. Eventuele afwijkende rechtsgevolgen bij de overdracht van vorderingen worden besproken. Eventuele afwijkende rechtsgevolgen bij andere rechtsfiguren, zoals subrogatie, blijven buiten beschouwing.2 Een aandachtspunt is dat de regeling in het Burgerlijk Wetboek inzake de overgang van vorderingen is geschreven voor de openbare overgang van vorderingen.
6. Bij het nader bepalen van de rechtsgevolgen van de stille cessie wordt voorts aandacht besteed aan lastgeving en aan andere rechtsfiguren waarbij een derde andermans recht uitoefent. Na de overgang van de stil gecedeerde vordering is de stille cessionaris de rechthebbende van de vordering (hij is de schuldeiser) en is de stille cedent 'slechts' een derde. Omdat de stille cessionaris zichzelf niet bekend maakt als de nieuwe schuldeiser, ligt het voor de hand dat de stille cedent ook na de overgang van de vordering bepaalde bevoegdheden, zoals de inningsbevoegdheid, blijft uitoefenen ten aanzien van de vordering en dat de stille cessionaris zich daarvan onthoudt. Als de stille cedent de stil gecedeerde vordering blijft innen, oefent hij vanaf het moment van de overgang van de vordering andermans recht uit, namelijk de vordering van de stille cessionaris.3 De stille cessie is daarmee vergelijkbaar met andere rechtsfiguren waarbij een derde ook 'andermans recht uitoefent', zoals pand, vruchtgebruik, beslag, gemeenschap, bewind, executele en faillissement. Dergelijke rechtsfiguren zullen in deze studie kortheidshalve worden aangeduid onder de noemer de 'uitoefening van andermans vordering', zulks in tegenstelling tot de 'overgang van de vordering'. In hoofdstuk 2 worden de in deze studie te bespreken rechtsfiguren afgebakend.
De bestudering van de verschillende rechtsfiguren waarbij een derde andermans recht uitoefent, dient als hulpmiddel om een beter inzicht in de rechtsgevolgen van de stille cessie te krijgen. De systematische analyse van de rechtsfiguren waarbij een derde andermans recht uitoefent, is om de hieronder uit een te zetten redenen voor deze studie van belang, maar behoort als zodanig niet tot de primaire doelstellingen van deze studie.
De systematische analyse is voor de stille cessie op drie manieren nuttig. Ten eerste is in de meeste regelingen inzake de uitoefening van andermans recht duidelijk aangegeven waartoe de derde bevoegd is. Ook is hierin nader de inhoud van de rechtsverhouding tussen de rechthebbende en de bevoegde derde geregeld. Bij de stille cessie bestaat over beide onderwerpen onduidelijkheid. Om hierover meer duidelijkheid te verschaffen worden de verschillende rechtsfiguren waarbij een derde andermans vordering uitoefent in kaart gebracht, uitgedacht en gecategoriseerd.4 Het doel van deze systematische analyse is te bepalen bij welke rechtsfiguur het beste aansluiting kan worden gezocht om dit element van de stille cessie in te kleuren.5 De wetgever heeft in algemene bewoordingen aangegeven dat de regeling van pand zich daarvoor het beste leent. Uit de categorisering van de verschillende rechtsfiguren blijkt echter dat deze keuze allerminst voor de hand ligt.
Het doel van de systematische analyse is voorts om de inhoud van de beheersbevoegdheid nader te bepalen. Aan de meeste derden die bevoegd zijn om andermans recht uit te oefenen, is de beheersbevoegdheid toegekend. In deze studie wordt verdedigd dat als de stille cedent krachtens lastgeving bevoegd is ten aanzien van de stil gecedeerde vordering, de toekenning van de beheersbevoegdheid aan de stille cedent in de rede ligt. De inhoud van de beheersbevoegdheid met betrekking tot vorderingen is niet uitgekristalliseerd. Aanwijzingen over de inhoud van de beheersbevoegdheid zijn verspreid te vinden bij de verschillende rechtsfiguren.
Ten slotte wordt door de systematische analyse een beter inzicht verkregen in het in eigen naam uitoefenen van andermans recht en de rechtsgevolgen daarvan. Ook hier geldt dat aanwijzingen daarover verspreid te vinden zijn bij verschillende van de hiervoor genoemde rechtsfiguren.