Transparante en eerlijke verdeling van schaarse besluiten
Einde inhoudsopgave
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/10.2:10.2 Wat is het transparantiebeginsel?
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/10.2
10.2 Wat is het transparantiebeginsel?
Documentgegevens:
A. Drahmann, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
A. Drahmann
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
O.a. HR 4 november 2005, BR 2006/36, m.nt. H. Nijholt en NJ 2006/204, m.nt. M.R. Mok.
O.a. HvJ EG 29 april 2004, nr. C-496/99 (Succhi di Frutta).
R.o. 4.3.2. van HR 4 november 2005, BR 2006/36, m.nt. H. Nijholt en NJ 2006/204, m.nt. M.R. Mok.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad1 en het Hof van Justitie2 strekt het transparantiebeginsel in essentie ertoe te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen. Kort samengevat betekent dit dat aanbestedende diensten bij het begin van een aanbestedingsprocedure een ’passende mate van openbaarheid’ moeten betrachten. De aanbestedende dienst moet het voornemen een opdracht te plaatsen openbaar maken. Ook alle voorwaarden en modaliteiten van de procedure moeten in deze aankondiging (of in een document waar de aankondiging naar verwijst) worden geformuleerd. Dit moet gebeuren op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze. De Hoge Raad formuleert het als volgt:
’Het beginsel van gelijke behandeling van de inschrijvers beoogt de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan de aanbestedingsprocedure voor een overheidsopdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offertes gedane voorstel dezelfde kansen krijgen: voor alle mededingers moeten dezelfde voorwaarden gelden. Het transparantiebeginsel strekt, in samenhang daarmee, ertoe te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen en impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat, enerzijds, alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en, anderzijds, de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria welke op de betrokken opdracht van toepassing zijn. Een en ander brengt niet alleen mee dat alle aanbieders gelijk worden behandeld, maar ook dat zij in gelijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk inzicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaats heeft, zoals de selectiecriteria.’3
Er is dan ook een samenhang tussen het transparantiebeginsel en de vraag wanneer er mededinging op (of om) de markt moet worden gecreëerd. Als er sprake is van een selectie van één marktpartij (of enkele) ten koste van anderen, moet het transparantiebeginsel in acht worden genomen. Op deze reikwijdte van dit beginsel wordt in de volgende paragraaf ingegaan.