De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/4.2.1:4.2.1 Inleiding: de referentiegroep
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/4.2.1
4.2.1 Inleiding: de referentiegroep
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702065:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De inzet van deze paragraaf is om te onderzoeken in hoeverre de positie van onteigeningsdeskundigen bijzonder is. Dat wil zeggen afwijkend van het gewone, van het algemene.1 De referentiegroep waar ik de positie van onteigeningsdeskundigen tegen wil afzetten, is de ‘commune’ deskundige in civiele zaken. Voor die ‘commune’ deskundigen is een algemeen wettelijk kader gegeven in de artikelen 194 t/m 200 Rv. Dat wettelijke kader is uitgediept in de ‘Leidraad deskundigen in civiele zaken’.2 Daarnaast bieden de proefschriften van De Groot en De Bock een wetenschappelijk en dogmatisch kader voor de ‘commune’ deskundige in civiele zaken.3 Dat geldt ook voor enkele andere gezaghebbende (naslag)werken.4