Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/8.2.1.b.0
8.2.1.b.0 Inleiding
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS467632:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De rechtspolitieke zoektocht concentreert zich (uiteraard) op een objectieve verwijzingsregel. Partijautonomie is immers, afgezien van de vraag of zij wenselijk is, niet meer dan een verlegenheidsoplossing die niet zonder objectieve verwijzingsregel kan fungeren (vgl. ook Strikwerda 2008 (Inleiding), p. 39-40): bij gebreke van overeenstemming moet er immers een objectieve verwijzingsregel voor handen zijn. In de praktijk van het intellectuele-eigendomsrecht is gebrek aan overeenstemming over het toepasselijk recht waarschijnlijk eerder hoofdregel dan uitzondering. Over rechtskeuze, zie ook noot 90 van dit hoofdstuk 8.
1126. Inleiding. Een tweede mogelijke invalshoek bij de beantwoording van de vraag wat de beste conflictregel voor het intellectuele-eigendomsrecht is, is een rechtspolitieke invalshoek. De vraag is dan dus: wat is, rechtspolitiek gezien, de meest wenselijke conflictregel voor het intellectuele-eigendomsrecht?1 Wat is de rechtvaardigste conflictregel? Welke belangen moeten de doorslag geven bij het opstellen van een conflictregel? Met die invalshoek wordt het Savigniaanse uitgangspunt dat moet worden gestreefd naar een neutrale, indirecte en abstracte verwijzingsregel, dus verlaten. Toch is het nuttig om ook de rechtspolitieke invalshoek te verkennen, alleen al omdat zo'n verkenning allerlei vaak verborgen motieven blootlegt.
1127. Het rechtspolitieke vlak betredend kan men twee kanten uit: ofwel men kiest partij voor de belangen van een der partijen, dus de belangen van de rechthebbende dan wel die van de `Allgemeinheit' (par. (ii)); ofwel men meent dat deze belangenafweging is voorbehouden aan iedere rechtsgemeenschap zelf (par. (i)).