De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/Samenvatting:Samenvatting
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/Samenvatting
Samenvatting
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS384915:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Het huidige stichtingenrecht is nog steeds nagenoeg gelijk aan de eerste regeling van stichtingen uit 1956. Anders dan in 1956 hanteren veel stichtingen tegenwoordig een governancemodel met een bestuur en een raad van toezicht. De wettelijke regeling van de stichting is flexibel gebleken en zou naar mijn mening ook flexibel moeten blijven. Niet voor elke stichting hoeft een raad van toezicht voorgeschreven te worden. Voor veel soorten stichtingen is het voldoende dat sprake is van een meerhoofdig bestuur. Stichtingen kunnen daarnaast bijvoorbeeld een raad van advies instellen. Maar áls er een raad van toezicht wordt ingesteld, zou het voor leden van de raad van toezicht duidelijk moeten zijn wat hun taak en bevoegdheden zijn, mede vanwege het feit dat zij, in geval van onbehoorlijke taakvervulling (waarbij sprake is van ernstige verwijtbaarheid), mogelijk aansprakelijk kunnen worden gehouden. Het wordt dan ook hoog tijd dat de taak en de (basis)bevoegdheden van de raad van toezicht van de stichting wettelijk worden geregeld. Vanwege het bijzondere karakter van de stichting – de stichting is een “doelvermogen” zonder leden of aandeelhouders – zou de regeling van de raad van toezicht naar mijn mening niet in de algemene titel maar in de stichtingentitel van Boek 2 BW thuishoren.
De raad van toezicht van de stichting heeft, net als de raad van commissarissen van andere rechtspersonen, de taak om toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de rechtspersoon en de daarmee eventueel verbonden onderneming. Bovendien behoort het tot de taak van de raad van toezicht om het bestuur met raad terzijde te staan. Bestuurders en leden van de raad van toezicht dienen zich bij hun taakuitoefening te laten leiden door het doel van de stichting. Het bestuur van de stichting moet zich bij zijn beleidsvoorbereiding en zijn beleidsuitvoering primair richten op het verwezenlijken van het stichtingsdoel. Een kerntaak van de raad van toezicht is om daarop toe te zien.
De belangen die zowel het bestuur als de raad van toezicht bij de vervulling van zijn taak in acht moet nemen, zijn in ieder geval de belangen van de oprichters, de vermogensverstrekkers en de begunstigden van de stichting. Deze belangen volgen uit of zijn gerelateerd aan het stichtingsdoel. De eventueel aan een stichting verbonden onderneming is in beginsel dienstbaar aan het bereiken van de stichtingsdoelstelling. Het is overbodig en zelfs verwarrend om in sectorregels voor bepaalde soorten stichtingen het maatschappelijk belang als afzonderlijk, aanvullend richtsnoer voor bestuurders en leden van de raad van toezicht te noemen. Het eventueel betrokken maatschappelijke belang is immers al in de doelstelling van de stichting verdisconteerd.
De raad van toezicht van iedere stichting dient naar mijn mening nadrukkelijk een rol te spelen bij de bescherming van het doelgebonden vermogen van de stichting. Mijns inziens moet de raad van toezicht worden betrokken bij besluiten die ertoe (kunnen) leiden dat de identiteit of het karakter van de stichting of het stichtingsvermogen materieel wijzigt. Een belangrijk voorbeeld daarvan is de wijziging van het statutaire stichtingsdoel. Door de wijziging van het doel kan het stichtingsvermogen immers een andere bestemming krijgen. Bovendien moet de raad van toezicht worden betrokken in het geval sprake is van tegenstrijdig belangsituaties die van materieel belang zijn voor de stichting.
Als bij een stichting een raad van toezicht wordt ingesteld, moet de raad zijn toezichthoudende taak ook kunnen waarmaken. De raad moet voldoende tegenwicht kunnen bieden aan het bestuur. Zowel de raad van toezicht die op grond van sectorregels verplicht is gesteld als de raad van toezicht die vrijwillig is ingesteld, zou op grond van de wet de mogelijkheid moeten hebben om een bestuurder te schorsen indien deze het belang van de stichting schaadt. Op die manier kan bijvoorbeeld een bestuurder die het stichtingsvermogen besteedt (uitkeringen doet) in strijd met het stichtingsdoel op non-actief worden gesteld. Bovendien zou de wet statutaire instructiebevoegdheid van de raad van toezicht mogelijk moeten maken. Door het geven van aanwijzingen kan de raad het bestuur in sommige situaties bijsturen voordat de raad naar het zwaardere middel van schorsing of ontslag moet grijpen.
In de stichtingentitel in Boek 2 BW zou bij wijze van “default-regeling” een basisregeling opgenomen kunnen worden voor stichtingen die een raad van toezicht wensen in te stellen. Deze regeling zou geënt kunnen worden op het raad van toezichtmodel dat, via sectorcodes en sectorwetten, al tientallen jaren bij verschillende soorten stichtingen (zorginstellingen, woningcorporaties, hogescholen, culturele instellingen, fondsenwervende instellingen) voorkomt. Deze basisregeling houdt in dat de raad van toezicht bestuurders benoemt en ontslaat, tenzij de statuten anders bepalen. Bovendien stelt de raad van toezicht de jaarrekening vast, tenzij de statuten anders bepalen. Daarmee wordt zichtbaar dat de “default-raad van toezicht” in feite een zwaardere rol heeft dan de raad van commissarissen van andere rechtspersonen. Andere rechtspersonen kennen immers een algemene vergadering die bestuurders en commissarissen benoemt en ontslaat (tenzij de structuurregeling van toepassing is) en die de jaarrekening vaststelt. Bij gebreke aan een algemene vergadering is de raad van toezicht bij veel soorten stichtingen niet alleen het orgaan dat toezicht houdt op het bestuur, maar ook het orgaan waaraan het bestuur intern verantwoording aflegt.
De raad van toezicht heeft bovendien een rol ten opzichte van zijn eigen leden. Bij veel soorten stichtingen wordt de raad niet intern gecontroleerd door een ander (derde) orgaan. Om die reden is het bevorderen van een optimale samenstelling van de raad van toezicht en het zelfreinigend vermogen van de raad van groot belang. Daarbij past mijns inziens een wettelijk minimumaantal van drie leden en de wettelijke bevoegdheid van de raad om zijn eigen leden te schorsen.
Het gedrag en de beslissingen van individuele leden van de raad van toezicht zijn nooit onfeilbaar en psychologische elementen, zoals groepsdenken, kunnen invloed hebben op (de kwaliteit van) besluiten van de raad. Om die reden is het van belang dat het besluitvormingsproces van de raad van toezicht zo veel mogelijk gestructureerd plaatsvindt, bijvoorbeeld op basis van door de sector opgestelde checklists. De voorzitter van de raad vervult een belangrijke rol bij zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is van belang dat de raad van toezicht zichzelf periodiek evalueert met gebruikmaking van bepaalde, eventueel door sectororganisaties opgestelde, standaarden. Het kan voor raden van toezicht raadzaam zijn om bij deze zelfevaluatie periodiek een buitenstaander te betrekken.
De raad van toezicht dient mijns inziens jaarlijks, na afloop van het boekjaar, een eigen toezichtverslag op te stellen, waarin niet alleen inzicht wordt geboden in de wijze waarop toezicht op het bestuur is gehouden, maar ook in de samenstelling van de raad, zijn werkproces en zijn (wijze van) zelfevaluatie. Een sterke raad van toezicht zal, ook zonder daartoe wettelijk verplicht te zijn, verantwoording willen afleggen aan de bij de stichting betrokken belanghebbenden. Deze sterke raad van toezicht zal er daarom zelf voor kiezen om op een daartoe geschikte wijze transparant te zijn over zijn eigen functioneren. Dat kan bijvoorbeeld door het toezichtverslag vrijwillig te publiceren op een website van de stichting of door het op een andere wijze beschikbaar te stellen aan belanghebbende.