Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/2.1
2.1 Inleiding
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS349729:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie over rechtsvorming bijvoorbeeld de bijdragen van verschillende auteurs in: W.M.T. Keukens en M.C.A. van den Nieuwenhuijzen (red.), Raad & Daad, Over de rechtsvormende taak van de Hoge Raad, Ars Aequi Libri: Nijmegen 2008, p. 9-29 en de in voetnoot 23 daarvan genoemde literatuur. In 2015 heeft het maandblad AA voorts als onderwerp voor de maandbladrubriek ‘Rode Draad’ het onderwerp ‘Rechtsvorming door de Hoge Raad’ gekozen. Elke maand van het jaar 2015 is in een uitvoerige bijdrage in AA stilgestaan bij dit onderwerp. Alle bijdragen zijn gebundeld in de bundel: M. Samadi, T.A. Keijzer, R. de Graaff, C.C. de Kluiver (red.), Rechtsvorming door de Hoge Raad, Ars Aequi Libri: Nijmegen 2016. Zie over taal bijvoorbeeld de bijdragen van vele auteurs in de speciale editie van maandblad AA 2015, afl. 7 die zich focust op de betekenis van taal voor het recht. Zie voorts: M.A. Loth, Recht, taal en logica, AA 31 (1982) 4; Taekema, Gaakeer & Loth 2015, p. 41.
De ernstigverwijtmaatstaf is een maatstaf die in het kader van interne en externe bestuurdersaansprakelijkheid niet door de wetgever, maar in de rechtspraak en doctrine bij de interpretatie en de toepassing van de wet is ontwikkeld. Het is in dit verband goed stil te staan bij de verhouding tussen de rechter en de wetgever en bij de vraag welke interpretatie- en redeneermethoden de rechter en de doctrine ter beschikking staan om de wet te interpreteren en toe te passen. Anders gezegd, om het recht te vinden. Hoe het recht wordt gevonden, is aan de hand van deze interpretatie- en redeneermethoden rechtswetenschappelijk te toetsen. Dit geldt zowel voor de rechtsvinding door de rechter als voor de wijze waarop in de doctrine wordt betoogd dat het recht moet worden gevonden. Het belang van taal moet bij dit alles zeker niet onderschat worden. In de hierna volgende paragrafen zal ik eerst ingaan op het belang van taal voor het recht. Daarna zal ik stilstaan bij de verhouding tussen de rechter en de wetgever en de daarmee samenhangende rechtsvinding en rechtsvorming door de rechter. Vervolgens zal ik stilstaan bij de wijze waarop een rechterlijke uitspraak en de doctrine kunnen worden geanalyseerd en bij een aantal interpretatie- en redeneermethoden die daarbij gebruikt kunnen worden.
Mijn onderstaande opmerkingen over taal, de trias politica, rechtsvinding respectievelijk rechtsvorming en interpretatiemethoden zijn overigens zeker niet veelomvattend of bijzonder diepgaand. Er is veel geschreven over deze onderwerpen1 en ik heb niet de illusie dat ik aan de veelheid aan literatuur op dit gebied iets nieuws toe te voegen heb. Met mijn onderstaande opmerkingen beoog ik voornamelijk de lezer van dit proefschrift een bepaald perspectief te bieden, waarbinnen de door mij in dit proefschrift ingenomen standpunten mede bezien kunnen worden.