NJ 2001, 38
Antilliaanse zaak. De vordering uit ongerechtvaardigde verrijking voor door huurder betaalde bouwkosten slaagt niet, te minder nu reeds thans, ruim voor einde huur, vergoeding wordt gevorderd.
Gem. Hof NA en Aruba 24-10-2000, ECLI:NL:OGHNAA:2000:AD3243
- Instantie
Gemeenschappelijk Hof van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Datum
24 oktober 2000
- Magistraten
Mezas, Wagenmakers, Polkamp
- Zaaknummer
H-206/00
- LJN
AD3243
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
- Brondocumenten
ECLI:NL:OGHNAA:2000:AD3243, Uitspraak, Gemeenschappelijk Hof van de Nederlandse Antillen en Aruba, 24‑10‑2000
- Wetingang
BW (Ned. Antillen) art. 1258; BW (Ned. Antillen) art. 1584; BW art. 3:299; BW art. 6:212; BW art. 7A:1603
Essentie
Antilliaanse zaak. De vordering uit ongerechtvaardigde verrijking voor door de huurder betaalde bouwkosten slaagt niet, te minder nu reeds thans, ruim voor het einde van de huur, vergoeding wordt gevorderd.
Samenvatting
Appellanten vorderen reeds thans, ruim voor het einde van de 20-jarige huur, op grond van ongerechtvaardigde verrijking terugbetaling van bouwkosten (bouwmaterialen en werkloon), die — beweerdelijk — met medeweten van de eigenaresse/verhuurster voor de afbouw van het gebouw door hen zijn betaald, en op grond van de huurovereenkomst voor rekening van de verhuurster behoren te komen.
Op de eigenaar van een onroerende zaak, die is verrijkt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.