NJ 2025/252
Ontoereikende motivering van afwijzing getuigenverzoek op de grond dat onaannemelijk is dat getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen.
HR 02-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1216
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 september 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/01722
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD25054:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1216, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:554, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑05‑2024
- Wetingang
Essentie
Verschillende pogingen om de door de poortraadsheer toegewezen getuige daadwerkelijk te verhoren mislukken. De getuige blijkt naar het buitenland te zijn vertrokken, maar onbekend is waarnaartoe. Het herhaalde verzoek deze getuige te horen, wordt vervolgens door het hof afgewezen op de grond dat onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen. Dat oordeel is volgens de Hoge Raad niet toereikend gemotiveerd.
Samenvatting
Het hof heeft het oordeel dat het onaannemelijk is dat de getuige binnen aanvaardbare termijn als getuige kan worden gehoord, gemotiveerd aan de hand van het uitvoerige proces-verbaal van 7 april ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.