NJ 1956/431
Hof 's-Hertogenbosch, 05-03-1956
Hof 's-Hertogenbosch 05-03-1956, ECLI:NL:GHSHE:1956:29
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
5 maart 1956
- Magistraten
Mrs. Poerink, Kickert, Takken
- Zaaknummer
[05031956/NJ_1956-431]
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:1956:29, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 05‑03‑1956
- Wetingang
(Sr art. 249.)
Samenvatting
Waar verd. 1° bij huwelijksacte de minderjarige als zijn dochter heeft erkend, 2° over haar de ouderlijke macht uitoefende en 3° in feite zich als haar vader gedroeg, dient die minderjarige beschouwd te worden als zijn dochter, zulks in den zin waarin dit in art. 249 Sr. wordt verstaan, ook al moge dan ook in zuiver civielrechtelijke zin ten deze slechts van een stiefdochter kunnen worden gesproken.
Uitspraak
[p. 938 ►]
Gezien een afschrift van het vonnis van de Rb. te ‘s-Hertogenbosch van 3 jan. 1956 waarvan appèl, waarbij de verd. is vrijgesproken van het telaste gelegde, met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.