BR 2016/83
Bij besluit van 26 augustus 2014 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning naar aanleiding van de gemaakte bezwaren geweigerd; de Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht de motivering van het college niet voldoende heeft geacht en verklaart het hoger beroep ongegrond.
RvS 06-07-2016, ECLI:NL:RVS:2016:1888, m.nt. P.H.J. van Aardenne en V.V. Jacobs
- Instantie
Raad van State
- Datum
6 juli 2016
- Magistraten
Mrs. H. Troostwijk, A.W.M. Bijloos en A.B.M. Hent
- Zaaknummer
201506936/1/A1
- Noot
P.H.J. van Aardenne en V.V. Jacobs
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS924592:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Omgevingsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2016:1888, Uitspraak, Raad van State, 06‑07‑2016
- Wetingang
(Art. 7.11 Awb)
Essentie
Bij besluit van 26 augustus 2014 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning naar aanleiding van de gemaakte bezwaren geweigerd; de Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht de motivering van het college niet voldoende heeft geacht en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Samenvatting
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hoek van Holland heeft bij besluit van 12 maart 2014 een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een uitweg. Voorafgaand aan deze aanvraag is door het dagelijks bestuur bij de brief van 7 maart 2014 met betrekking tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het maken van een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.