Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.9.2
4.9.2 De behoefte om de aansprakelijkheidsrisico’s van de consoliderende rechtspersoon te beperken
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648874:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dit wordt ook wel eens het nader ‘kwalificeren’ van een 403-verklaring genoemd (Ramana 2008).
Dit kan bijvoorbeeld door op te nemen dat slechts aansprakelijkheid wordt aanvaard voor schulden die voortvloeien uit rechtshandelingen verricht vanaf een bepaalde datum (ingangsdatum). Vgl. Rb. Den Haag 2 maart 2005, JOR 2005/116.
Dit lijkt niet geoorloofd te zijn, zie Hof Amsterdam 12 januari 2010, JOR 2010/93.
Zie in dit kader Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2016. “Een verklaring die, met zoveel woorden dan wel door uitleg, ook deze beperkte terugwerkende kracht niet biedt, is ons inziens in elk geval geen (voldoende) verklaring in de zin van art. 2:403 BW.” Zie Rb. Amsterdam Rb. Midden-Nederland 7 mei 2014, JOR 2014/260 en Rb. Arnhem, 10 oktober 2002, JOR 2003/31.
Zoals onder meer aangegeven in paragraaf 4.6.2 kan de aansprakelijkheid van de consoliderende rechtspersoon op basis van een 403-verklaring verstrekkende gevolgen hebben.
In de praktijk bestaat de behoefte om de werking van een 403-verklaring in te perken, teneinde de aansprakelijkheidsrisico’s van de consoliderende rechtspersoon te verminderen.1 Door een aangepaste formulering kunnen beperkingen in de reikwijdte van de aansprakelijkheid worden aangebracht en kunnen groepen schuldeisers buiten de deur worden gehouden.2 Het is mogelijk om de 403-verklaring op verschillende manieren te fine tunen. Regelmatig wordt de temporele reikwijdte op verschillende wijzen beperkt. Ook wordt wel eens het (voort)bestaan van de groepsband als voorwaarde gesteld, worden bepaalde schulden uitgezonderd3 of wordt subsidiariteit opgenomen.
Op het eerste gezicht lijkt het aantrekkelijk om de aansprakelijkheid van de consoliderende rechtspersoon zoveel mogelijk te beperken. Maar mogelijk leidt dit tot de conclusie dat geen toereikende 403-verklaring wordt opgesteld.4 De verklaring mist in dat geval zijn doel. De vrijstelling van artikel 2:403 BW mag dan niet worden toegepast.