Einde inhoudsopgave
Vertrouwen voorop (IVOR nr. 114) 2019/8.2.2
8.2.2 Wetenschappelijk onderzoek naar materialiteit
E.V.A. Eijkelenboom, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
E.V.A. Eijkelenboom
- JCDI
JCDI:ADS603729:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Holstrum en Messier 1982, p. 45-46.
Holstrum en Messier 1982, p. 47.
Iskandar en Iselin maakten in hun overzichtsartikel gebruik van de onderzoeken naar materialiteit die sinds 1982 zijn verschenen. Zie Iskandar en Iselin 1999.
Iskandar en Iselin 1999, p. 212-215 en de door hen genoemde verwijzingen.
Iskandar en Iselin 1999, p. 229-232 en de door hen genoemde verwijzingen.
Het is overigens opvallend dat Messier, Martinov-Bennie en Eilifsen in hun overzichtsartikel niet verwijzen naar het overzichtsartikel van Iskandar en Iselin uit 1999 terwijl er een grote mate van overlap in het onderzoek zit. In het onderzoek hebben Messier, Martinov-Bennie en Eilifsen gebruik gemaakt van studies naar materialiteit op basis van informatie die is verkregen van accountantsorganisaties. Deze informatie is niet publiek toegankelijk waardoor het lastig is om deze onderzoeken te herhalen.
Messier, Martinov-Bennie en Eilifsen 2005, p. 157 e.v.
Levitt 1998, p. 16.
Messier, Martinov-Bennie en Eilifsen 2005, p. 170 respectievelijk p. 163.
NBA 2015, p. 7.
Blokdijk e.a. 2003, p. 307.
Zie Messier, Martinov-Bennie en Eilifsen 2005, en de literatuurverwijzingen die zij maken op p. 163-170.
Van Nieuw Amerongen en Van Batenburg 2010 p. A 4050-5.
Van Nieuw Amerongen en Van Batenburg 2010 p. A 4050-31.
Voor de wetenschap heeft de uitgebreide accountantsverklaring voordelen omdat meer informatie beschikbaar is om te gebruiken in onderzoek en onderzoeken beter verifieerbaar zijn omdat de informatie publiek beschikbaar is.
Zie Abma 2013.
Abma 2014, p. 613. In boekjaar 2013 werd de uitgebreide accountantsverklaring getest en was er nog geen verplichting tot toepassing ervan.
Abma 2015, p. 537.
Dit is op zichzelf een opvallende bevinding omdat materialiteit in de wetenschap als indicator van kwaliteit gezien wordt.
Deze positieve houding vloeide voort uit de aanvullende informatie uit de accountantsverklaring die beleggers betrokken kan worden in de besluitvorming rondom hun stemgedrag op de algemene vergadering bijvoorbeeld met betrekking tot decharge van bestuurders en commissarissen en (her)benoeming van de accountant Eumedion 2013, p. 2.
Eumedion 2014, p. 1.
NBA 2015, p. 7.
Zeff, Buijink en Camfferman 1999, p. 526.
Door de jaren heen is er met regelmaat wetenschappelijk onderzoek naar materialiteit verricht. In 1982 publiceerden Holstrum en Messier naar aanleiding van de publicatie van een memorandum over materialiteit van de Financial Accounting Standards Board een overzichtsartikel met wetenschappelijk empirisch onderzoek naar materialiteit als onderwerp.1 Holstrum en Messier concludeerden dat het wetenschappelijk onderzoek dat tot dat moment was uitgevoerd vooral betrekking had op materialiteit in relatie tot het opstellen van de verslaggeving (accounting) en in veel mindere mate op materialiteit in relatie tot de controle van de financiële verslaggeving (auditing). Zij spraken de verwachting uit dat materialiteit in auditing in de toekomst een belangrijkere rol zou gaan spelen door de groei van accountantsorganisaties en de groeiende nadruk op efficiëntie.2 In navolging van Holstrum en Messier publiceerden Iskandar en Iselin in 1999 een overzichtsartikel waarin zij de factoren die van invloed zijn op de vaststelling van materialiteit centraal stelden en inzicht verschaften in onderzoeksresultaten met betrekking tot de wijze waarop opstellers, accountants en gebruikers van de jaarrekening gebruik maakten van materialiteit.3 Iskandar en Iselin constateerden op basis van diverse studies dat winst voor belasting de meest voorkomende benchmark is, maar dat ook niet-financiële informatie van invloed is op het bepalen van de materialiteit.4 Voorts bleek uit diverse onderzoeken dat er in de praktijk veel variëteit in materialiteit bestond. Een verklaring voor de variatie in materialiteit kan gelegen zijn in het ontbreken van specifieke regelgeving of richtsnoeren voor de bepaling van de materialiteit. Voorts wezen de onderzoeksresultaten op de invloed van leeftijd en ervaring van de accountant, organisatiecultuur en specifieke omstandigheden, zoals de sector (maatschappelijke context) op de bepaling van de materialiteit.5
Ruim twintig jaar na het eerste onderzoek van Holstrum en Messier verscheen in 2005 een vervolgonderzoek van de hand van Messier, nu in samenwerking met Martinov-Bennie en Eilifsen met een overzicht van de onderzoeken naar materialiteit sinds 1982.6 De verwachting die Holstrum en Messier in 1982 uitspraken bleek te zijn uitgekomen. Anno 2005 is de aandacht voor materialiteit in relatie tot de controle van de financiële verslaggeving toegenomen.7 De toespraak over de kwaliteit van de financiële verslaggeving van de destijds voorzitter van de Securities Exchange Committee Levitt uit 1998 is wellicht van invloed geweest op de toegenomen aandacht voor materialiteit. Levitt sprak zich in zijn toespraak namelijk afkeurend uit over gegoochel met cijfers en noemde daarbij als voorbeeld het misbruik maken van materialiteit.8 Messier Martinov-Bennie en Eilifsen concludeerden dat er verschillen zijn in de wijze waarop de materialiteit tot stand komt bij bij de accountantsorganisaties. En, in navolging van de conclusies van Iskander en Iselin, constateerden ook Messier Martinov-Bennie en Eilifsen dat de benchmark winst door accountants het meest gebruikt werd bij vaststelling van de materialiteit.9 Ook voor Nederlandse beursvennootschappen constateerde de NBA in 2015 dat er door de accountant van verschillende benchmarks gebruik gemaakt wordt maar dat winst voor belasting, of een variatie daarop het meest gebruikt is.10
Ook in Nederland zijn er diverse onderzoeken naar materialiteit verschenen. Zo concludeerden Blokdijk e.a. op basis van archiefonderzoek van 108 controles uitgevoerd door dertien Nederlandse accountantsorganisaties dat de planning materiality die accountants hanteerden geen constant percentage van de benchmark vormde. In de praktijk bleek sprake van afnemende meeropbrengsten, de planning materiality nam onevenredig toe met de groei van de omvang van de te controleren vennootschap. Tevens vonden zij dat de destijds grootste vijf accountantsorganisaties een lagere planning materiality hanteerden dan de andere in het onderzoek betrokken accountantsorganisaties. Blokdijk e.a. merkten daarbij op dat deze bevinding overeen kwam met de hogere kwaliteit die de grootste accountantsorganisaties leverden ten opzichte van de minder grote accountantsorganisaties.11 In empirische onderzoeken op basis van publiek beschikbare informatie naar materialiteit werd veelal gebruik gemaakt van de financiële verslaggeving van vennootschappen en andere publiek beschikbare gegevens als beurskoersen en wijzigingen in verslaggevingsstandaarden.12 Van Nieuw Amerongen en Van Batenburg publiceerden in 2010 een studie naar de vaststelling van de materialiteit in de verschillende fasen van de wettelijke controle en concludeerden dat er in de Nederlandse praktijk grote variatie bestaat in de omvang van de gehanteerde materialiteit.13 Tevens benoemden zij het risico dat de variatie in de praktijk (verder) kan toenemen door de nadruk die in de accountantscontrolestandaarden ligt op de professionele oordeelsvorming van de accountant.14
Sinds de invoering van de uitgebreide accountantsverklaring is er meer informatie over de controlewerkzaamheden beschikbaar gekomen wat gebruikt kan worden in wetenschappelijk onderzoek.15 Abma, die zich eerder al als voorstander van een meer informatieve accountantsverklaring uitsprak, besteedde in zijn jaarlijkse kroniek van het seizoen van algemene vergaderingen aandacht aan de uitgebreide accountantsverklaring.16 In het seizoen 2014 concludeerde Abma dat in de uitgebreide accountantsverklaring bij de jaarrekening van beursvennootschappen in boekjaar 2013 met name informatie over de aanpak en reikwijdte van de controlewerkzaamheden en beschrijving van het door de accountant gehanteerde materialiteit ontbrak.17 De informatie in de accountantsverklaringen bij de jaarrekeningen van Nederlandse beursvennootschappen in boekjaar 2014 over de door de accountant tijdens de uitvoer van de controlewerkzaamheden gehanteerde materialiteit was niet volledig, concludeerde Abma. Abma merkte voorts op dat er verschillende benchmarks gehanteerd werden, dat er ‘vrij grote verschillen tussen vennootschapen en ook tussen branchegenoten’ waarneembaar waren en dat de hoogte van de materialiteit niet extreem was in de zin dat zij aanleiding gaf voor veel vragen op de algemene vergadering.18 Deze beschrijvingen vragen in mijn optiek om nadere toelichting op de exacte omvang van de door Abma waargenomen verschillen tussen vennootschappen, branchegenoten en hoogte van de gehanteerde materialiteit. Het gebrek aan vragen van aandeelhouders op de algemene vergadering lijkt echter een indicatie dat toelichting op de door de accountant gehanteerde materialiteit door de aandeelhouder niet als meest prangende onderdeel van de accountantsverklaring gezien wordt.19 Blijkens de uitingen van Eumedion hebben beleggers de uitgebreide accountantsverklaring positief ontvangen.20 Met betrekking tot de kwantitatieve informatie over de materialiteit in de uitgebreide accountantsverklaring werd wel opgemerkt dat nadere toelichting ter verduidelijking van de cijfers noodzakelijk is.21 Ook de NBA constateerde dat er slechts een geringe toelichting wordt gegeven op het gebruik van benchmarks en kwalitatieve aspecten van materialiteit in de accountantsverklaring.22
De informatie die de accountant in de accountantsverklaring opneemt, is sterk toegenomen over tijd. De accountantsverklaring bevat niet alleen meer informatie over de gecontroleerde vennootschap maar ook over de controlewerkzaamheden. Het is dan ook nauwelijks voorstelbaar dat de accountantsverklaring die thans meerdere pagina’s beslaat rond het jaar 1900 in zijn meest eloquente vorm uit niet meer dan een handtekening van de accountant bestond.23 Gegevens over de door de accountant tijdens de controle gehanteerde materialiteit maken onderdeel uit van de uitgebreide accountantsverklaring. Door de jaren heen is er veelvuldig onderzoek naar materialiteit gedaan. Het beeld dat uit deze onderzoeken is ontstaan is dat veel factoren invloed (kunnen) uitoefenen op de totstandkoming van de materialiteit. Voorbeelden van deze factoren zijn de organisatie waarbinnen de accountant werkzaam is alsmede de vennootschap die accountant controleert en de leeftijd en ervaring van de accountant. Door de invoering van de uitgebreide accountantsverklaring is aanvullende informatie over controlewerkzaamheden en de door de accountant gehanteerde materialiteit publiek beschikbaar geworden. De toegankelijkheid van deze informatie draagt bij aan de totstandkoming van onderzoek en de verifieerbaarheid ervan. Op basis van materialiteitsgegevens uit de uitgebreide accountantsverklaring kan een oordeel gevormd worden over de professionele oordeelsvorming van de accountant bij het vaststellen van de materialiteit. En indien materialiteitsgegevens over meerdere jaren beschikbaar zijn, kunnen deze gegevens tevens een indicatie geven van de ontwikkeling van materialiteit en diepgang van de controlewerkzaamheden. Voor de gebruiker van de jaarrekening vormt de accountantsverklaring een van de bronnen waarop hij de door de accountant uitgevoerde controle kan beoordelen. De materialiteitsgegevens uit de accountantsverklaring bevatten informatie over de door de accountant uitgevoerde controlewerkzaamheden. De materialiteitgegevens kunnen ook bijdragen aan het oordeel dat de gebruiker vormt over de kwaliteit van de controlewerkzaamheden en daaruit voortvloeiende accountantsverklaring. De materialiteitsgegevens uit de accountantsverklaringen van OOB’s uit de boekjaren 2014 t/m 2017 vormen het uitgangspunt van het onderzoek dat centraal staat in paragraaf 8.4. De informatiewaarde van de materialiteitsgegevens licht ik in de volgende paragraaf nader toe.